HomeDe continuiteit in den ontwikkelingsgang der natuurkundePagina 21

JPEG (Deze pagina), 813.81 KB

TIFF (Deze pagina), 8.31 MB

PDF (Volledig document), 25.74 MB

U ­ 19
· te erkennen dat onze waarnemingen een produkt zün waarvan
een der factorentonze organisatie, onze bewerktuiging is; zich
" te overtuigen van de eenvoudige waarheid, dat iedere eigen- i
schap eene betrekking aanwijst tusschen minstens twee groot-
heden, dat dus verandering van de eene de eigenschap reeds
E kan doen veranderen; zoo kan het zgn dat het opwekken van ·
warmte, van licht, van scheikundige ontledingen eigenschappen
zijn eener zelfde zaak: het arbeidsvermogen der ethertrillingen,
, naar gelang de andere grootheid is gevoelszenuw, gezichts-
zenuw of ontleedbare stof. I
‘ De meening, dat beantwoordende aan iedere verschillende
. gewaarwording , ook iets verschillends buiten ons bestaan moet,
vormde als het ware een onoverkomelijken muur, waartegen
` alle pogingen, de ware betrekking tusschen licht en stralende
_ warmte algemeenen ingang te doen vinden, afstieten. l
`
e K N Keeren we na deze uitwijding terug tot den strijd tusschen
de beide zienswijzen omtrent het wezen der warmte! Wü
zagen dat het vreemd genoemd moest worden, dat met het
aannemen der undulatie­theorie ook voor de stralende warmte
de stoftheorie nog stand kon houden, dat men niet terstond
met AMPERE uit het warmer worden van een lichaam, aan de
zonnestralen blootgesteld, de gevolgtrekking afleidde, dat ook
y de warmte in de lichamen uit eene trillende beweging bestaat; ·
ij nog vreemder is het, dat DRAPER’S opvatting, volgens welke
A!
ll
i ‘ a