HomeDe continuiteit in den ontwikkelingsgang der natuurkundePagina 12

JPEG (Deze pagina), 816.54 KB

TIFF (Deze pagina), 8.33 MB

PDF (Volledig document), 25.74 MB

r 1
l
l i
, 10 , ‘ j
l
werking van een lichaam zich naar alle zijden uitbreidt, dan .`#_
kan men zich hiervan twee oorzaken denken: of dat deeltjes 4
van het lichaam uitgezonden worden en in de omringende
voorwerpen veranderingen teweegbrengen met den aard dier
deeltjes overeenkomende, of dat zich in eene het lichaam
omgevende middenstof een bewegingstoestand verbreidt, die
meêgedeeld wordt aan de andere zich in die middenstof be- _
vindende lichamen.
Wat was nu natuurlijker dan om, even als NEWTON in zijne
; emissietheorie voor het licht gedaan had, te onderstellen dat
i warme lichamen deeltjes uitzenden, die op andere lichamen
vallende deze verwarmen; nam men daarbij aan dat een lichaam,
j I].3»3»I' gelang Züllê iZBI]1pGI'3,iïllllI` llOOg`6I' W3,S, ook II1BGI' W&I'IIllïG·
I stof uitzond, dan kon men alle feiten gemakkelgk verklaren.
l · Het waren echter juist de verdere onderzoekingen over stra-
g lende warmte, waardoor storing gebracht werd in deze schoone _
harmonie; ze bleken spoedig het trojaansche paard te zgn voor i
ig de aanhangers der stoftheorie; in het eerst met gejubel inge-
haald, als leverende een bewüs te meer voor het bestaan eener -
warmtestof , drongen ze hoe langer hoe meer tot de erkenning, l i
dat warmtestralen door de voortplanting eener trillende bewe­ p
ging ontstonden en zoo nauw met lichtverschünselen verbonden
waren, dat, wilde men de stoftheorie handhaven , tal van
hypothesen moesten worden ter hulp geroepen om hiervan re-
kenschap te geven. j
§ Herinneren we ons in het kort de feiten: In het laatst der ‘
vorige GGUW Zijll llêlï GGI'St PFOGVGH gGI1OH1GI1 OVBI' de W3»I‘II1l7G­
li E
r ?
ll E
nl l j
A,