HomeDe continuiteit in den ontwikkelingsgang der natuurkundePagina 10

JPEG (Deze pagina), 814.37 KB

TIFF (Deze pagina), 8.31 MB

PDF (Volledig document), 25.74 MB

;

z ` 8
r E
ken gs werden in eene luchtledig gemaakte klok, die door gs g
omgeven was, tegen elkander gewreven tot ze smelten en daar
de warmte-capaciteit van water veel grooter is dan die van gs,
maakte DAVY de gevolgtrekking ,,dat wrijving de warmte-
capaciteit der lichamen niet vermindert." Duidelgk ziet men
, dus, hoe zoowel RUMFORD als DAVY voornamelijk een onder- .
deel der warmtestoftheorie bestreden en dat hunne tegenstan­ _
v ders, met behoud der hoofdzaak, hunne hypothese konden hand- i
haven en voor het ontstaan der warmte bg wrgven andere "%‘
oorzaken bedenken. I `
Zoo werd het niet onmogelijk geacht, dat bg de proeven
van RUMFORD en Dnvv warmte van andere lichamen toe- X i
stroomde, dat in het algemeen bg het wrgven van lichamen de
warmtestof vrg wordt, maar uit de omringende voorwerpen als
uit eene onuitputtelijke bron weer tot de lichamen toestroomt.
De meer grondige physici uit het laatst der eerste helft dezer
eeuw moesten echter erkennen, dat eene dergelgke onderstelling
vrg gedwongen was, maar verkozen toch de warmtestof­theorie_
verre boven die, welke de aanhangers van RUMFORD en DAVY
j hun aanboden. E
, Deze toch verklaarden de warmteverschgnselen uit beweging
der lichaamsdeeltjes, maar in hun gver ook een warmte-ether
l verwerpende, mochten geen verband tusschen warmte­ en licht- `
verschgnselen zoeken, ze alleen vergelgken met geluidsver­
- schgnselen en moesten het antwoord schuldig blgven op de
vraag naar de oorzaak dier beweging, naar de reden waarom `
deze niet, even als bg een geluidgevend lichaam, langzaam
J

l
!<
j l