HomeRechtsgeleerde adviezen in zake het kerkelijk conflictPagina 54

JPEG (Deze pagina), 859.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 41.67 MB

¢,
52 i
klager uitvalt? Dat hij de questie, als zij zich als incident in een
burgerlijk geding voordoet, aan ’t oordeel van den wereldlijken
regter kan onderwerpen, zal niet ligt betwijfeld worden, het is
maar de vraag, - waarover straks nader, - of de kerkelijke
regter hem kerkelijke tuchtmiddelen kan opleggen, omdat `van Q,
zijn ongetwijfeld regt als staatsburger voor den doorden Staat lg
benoemden regter gebruik heeft gemaakt. i
Dat die regter bevoegd is de geldigheid der kerkelijke bestuurs- ;
daden te onderzoeken en aan de kerkelijke reglementen tetoetsen, {
is eveneens boven twijfel. Het laat zich begrijpen dat men zoo-
danige bevoegdheid van den Staats­regter ten opzigte van 5
handelingen en verordeningen van leden van het Staats-bestuur
betwist of beperkt, en als er dan is een Staats­ke rk, zal natuurlijk
’s regters bevoegdheid ten opzigte van kerkelijke reglementen en
kerkelijke bestuursdaden niet grooter en niet kleiner wezen dan Q
ten opzichte vanhandere staatsreglementen en staatsbestuursdaden;
i - alleen laat het _zich dan denken, dat er. voor kerkelijke zaken
afzonderlijke regtbanken door den Staat zijn aangewezen, even als
hij dit doet b.v. voor militaire zaken, en in sommige landen voor
I comptabiliteitszaken. _ i
Zoodra echter eene Kerk, ­-­ hoe ze ook door de geloovigen _
moge beschouwd worden, - in! ’t oog van den Staat niet anders
is dan een particulier genootschap, verandert de zaak geheel, en
zal de regter, c a s u q u o,_ even goed de bepalingen van een kerke-
lijk reglement, en de al of niet overeenkomstigheid van verorde­ A
ningen en daden van bestuurders met dat reglement, te onder-
zoeken en te waardeeren hebben, als gold het de statuten van een
reederij of een spoorwegmaatschappij. Wilde men hierin eenig
onderscheid maken op grond dat het eene kerkelijke zaak is, dan
zou men daardoor alleen reeds bewijzen, dat de gelijkstelling
met andere genootschappen niet volkomen is, en dus de scheiding
van Kerk en Staat óók niet. Hoe meer vo lko men die is, des _
te grooter wordt ten deze ’s regters bevoegdheid en pligt, en
des te meer zal men komen tot het resultaat, it welk niet alleen
‘ kerkelijke personen, maar zelfs zeer besliste tegenstanders van
l
Je
jj.