HomeRechtsgeleerde adviezen in zake het kerkelijk conflictPagina 34

JPEG (Deze pagina), 862.30 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 41.67 MB

l
32
de Synode in hare zitting van 17 Aug. 1881 is aangenomen. Tot _
zoolang voor eene zoodanige algemeene regeling geen wettige
regtsbodem gelegd is, ’t geen mijns inziens niet anders zal kunnen
geschieden dan bij eene landswet, zij n er dus niet en kunnen er
niet zijn ,,algemeene of provinciale verordeningen, in 0vereenstem­ ;
ming waarmede", volgens art. 25 Alg, Regl. ,,plaatselijke veror- B
de11ingen" ‘de ,,huishoudelijke belangen der Gemeente" op ’t l
gebied van ’t beheer der kerkegoederen zouden kun- ­
nen regelen, en kan dat art. 25 Alg. Regl. alleen zien op huishoui V
delijke verordeningen van bestuur, en hunne overeenstemming met
de algemeene, die tot nu toe ook alle enkel het bestuur betreffen. ’
Zijn er hier of dáár ook plaatselijke reglementen op het beheer,
dan vallen deze geheel buiten het kader van de Synodale Wet-
geving gelijk zij thans bestaat. · A
Eene vraag van ondergeschikt belang, maar toch eene vraag is
het, of : aangenomen dat er, hier of daar, inderdaad plaatselijke ii
reglementen bestaan, de Kerkeraad dan verpligt is die aan het s
Clrtssikaal Bestuur, niet, ongevraagd meê te deelen, maar,
dcs gevraagd, op te sturen? Deze vraag is, mijns inziens, l
bevestigend te beantwoorden; evenwel in dien zin, dat die opzen· I
ding alleen dient tot narigt en informatie, en verder geene gevolgen
heeft. De bepalingen toch van art. 21, 43, 60 en 51, 6° Alg.
Rcgl. zijn volmaakt bestaanbaar en begrijpelijk, óók in de onder- A
l stelling dat de zuiver kerkelijke Besturen noch met het beheer
noch met het toezigt op het beheer der kerkegoederen iets te maken
hebben. Al heeft de Kerk het beheer niet, ze heeft er toch groot j h
belang bij dat het beheer rigtig gevoerd worde, en het kerke­ p
goed niet worde ged ilapid ee r d. Niemand zal haar dan ook
het regt betwisten hare bedenkingen omtrent dat beheer kenbaar
te maken dáár waar het behoort. Zullen nu de hoogere Besturen
aan hunne roeping ten deze kunnen voldoen, dan moeten zij be-
hoorlijk voorgelicht worden door de lagere, die uit den aard der
zaak met de plaatselijke toestanden het best bekend zijn. Van dáár
het regt der hoogere om aan de lagere inlichtingen te vragen, en
de verpligting van de lagere om die inlichtingen te verstrekken,