HomeRechtsgeleerde adviezen in zake het kerkelijk conflictPagina 33

JPEG (Deze pagina), 813.57 KB

TIFF (Deze pagina), 6.81 MB

PDF (Volledig document), 41.67 MB

l
3
al
31
Provinciaal Reglement, maar bragt het toezigt niet over naar de
¥ zuiver kerkelijke Besturen. ·
i; In 1852 wenschte en verwachtte men, dat die toestand veran-
i deren zou, en schreef men daarom art. 65, 20 en 69, 40 in ’t Alg.
§ Regl. Zelfs al waren toen bij het Kon. Besl. van 2 3 Maart 18 52 110. 3
de bekende reserves niet gemaakt, dan zoude toch in den bestaanden
f toestand niet ip s o j u r e verandering ingetreden zijn, maar zouden
A eerst de, bij de aangehaalde artikelen bedoelde, reglementen moe-
ten gemaakt zijn, en dit is nooit geschied. Voor zoover de plaat-
j selijke gemeenten betreft, zouden dit dan geweest zijn reglementen
A gemaakt krachtens art 65, 20 Alg. Regl., en NIET volgens art. 25 ;
en ’t is zelfs zéér de vraag door welk gezag, in de gedachte van
l den Synodalen Wetgever van 52, de reglementen voor iedere
gemeente zouden moeten vastgesteld worden.
Uit de plaatsing van ’t artikel blijkt wél, dat men dacht aan
eene algemeene regeling door de Synode, maar niemand kan zeg-
gen wat daarbij in bijzonderheden zou zijn bepaald. Misschien
‘ zou de regeling zóó omvattend geweest zijn, dat er aan de plaat-
i selijke collegiën van beheer niet veel meer overbleef dan het vast-
A stellen van een reglement van orde voor hunne vergaderingen;
_ misschien zou er meer vrijheid gelaten zijn; wie zal het zeggen?
Maar in allen gevalle zouden dat eerst geweest zijn huishoudelijke
reglementen op plaatselijk beheer, - huishoudelijke reglementen
4 voortvloeijende uit het Algemeen Reglement op het beheer, en tot
eene geheel andere categorie behoorende dan die van art. 25 Alg.
Regl.; en op die reglementen zoude de Synodale Commissie
‘ (art. 7o. 20 Alg. Regl.) en de Provinciale Besturen (art. 51. 10)
hebben moeten letten, om te zien of zij soms niet met de Alge-
meene Verordening op het beheer in strijd waren.
Intusschen is die Algemeene verordening nooit gemaakt, om de
redenen, laatstelijk te kennen gegeven in de hoogst belangrijke
adviezen van de Vereenigde Commissie d.d. IS April `
- , 1876 aan de Synode; in het zoo overtuigend gestelde Adres der _
Synode aan de Tweede Kamer, d.d. 24 Aug. 1878, en in het
heldere advies van den hoogleeraar Offerhaus, welks conclusie door