HomeRechtsgeleerde adviezen in zake het kerkelijk conflictPagina 25

JPEG (Deze pagina), 803.46 KB

TIFF (Deze pagina), 7.02 MB

PDF (Volledig document), 41.67 MB

· 23 .
zaken, waarin ,,Class. Besturen of derzelver leden als zoodanig
betrokken zijn", ook moeten verstaan worden zaken, waarin die
besturen of personen op eenige wijze, welke dan ook, gemoeid waren,
_ · en niet enkel a mb t s m i s d rij v e n, die aan hen worden te laste
§ gelegd, ot kerkelijke geschillen, waarin zij partij zijn of uitspraak
gedaan hebben. Voor deze laatste gevallen is de noodige voor-
ziening gemaakt in de artt. 41, 50, 51 en 69 Regl. O. en T.; in ,
alle andere kan het voorschrift van art. 15, 16 en 61 al. 1 hoog-
stens alleen daartoe leiden, dat de leden van het Classikaal Be-
stuur vervangen worden door hunne secun di, maar nooit ten
gevolge hebben dat het Provinciale Bestuur in de plaats van het
Classikale optrede. En waar het- Prov. Kerkbestuur, volgens artt.
4I,. 50, 51, 69 O. en T. optreedt, daar doet het dit niet als
,,doende wat des Classikalen Bestuurs is," maar als geheel zelf-
standige Regter in eersten aanleg, als zoodanig bij de kerkelijke
wet aangewezen. Van eenige bevoegdheid van een Prov. Bestuur
om te gaan ,,doen wat des Classikalen Bestuurs is", valt in geen
der reglementen ergens een schijn of schaduw te vinden, noch wat
bestuur, noch wat regtspraak, noch wat wetgeving betreft, even-
min als de uitdrukking zelve, die door de fantasie van het Clas-
sikaal Bestuur naar analogie van het ,,doende wat des Kerkeraads
is” schijnt te zijn voortgebragt 1). In ’t Alg. Regl. komt eene
soortgelijke uitdrukking alleen nog maar voor ten opzigte van de
Alg. Synodale Commissie, aan wie in speciale gevallen is opgedra-
» gen ,,om te doen wat der Synode is" (art 70, 4° en 6).
1 De Sy no dus contraeta heeft in hare uitspraak van 9
Maart 2) zeer teregt begrepen, dat zij in een re gt sg edin g alleen
te beslissen had over de regtsvraag in eoncreto, en niet eene
verhandeling had te leveren over ons kerkregt in ’t algemeen;
zij heeft daarom in hare overweging sub 2° alleen uitgesproken
dat er in de gegeven omstandigheden voorhet Prov. Kerk-
bestuur geen reden bestond tot optreden om te doen wat des Classik.
1) Brief v. I2 jan. 1886, Mem. v. Cons. p. 112.
2) Ibid p. 121.