HomeRechtsgeleerde adviezen in zake het kerkelijk conflictPagina 16

JPEG (Deze pagina), 832.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 41.67 MB

a
I4
het particulier leven, want die worden altijd door het Class. Best.
voorloopig onderzocht; en het is alleen het Class. Best. dat art.
48 kan en mag toepassen. Nu zou het ten eenenmale ongerijmd
wezen te onderstellen, dat de wetgever bedoeld heeft, dat de
hoogere autoriteiten hangende eene aanklagt wegens ambtsmisdrij ¢
niet kunnen geschorst worden, maar de laagste wel; en hieruit
blijkt dan ook helder hoe het woord ergerlij k in art. 48 is T
op te vatten; het ziet enkel op gevallen van onzedelijkheid. 8
De reden hiervan is dan ook duidelijk. Over het al ofniet aan-
wezig zijn van eenambtsmisdrijf kunnen de gevoelens zeer uit-
éénloopen, en het is bijna ondenkbaar zich een ambtsmisdrijf van
zoo stuitenden aard voor te stellen, dat het menschelijk `gevoel er .
tegen op zou komen, indien iemand, die er zelfs maar van v__e r-
d acht werd, nog één oogenblik zijn ambt waarnam eer hij zich
van alle blaam had gezuiverd. Ten opzigte van zedelijke vergrijpen
is dit geheel anders; - vooreerst is daar de appreciatie
veel eenvoudiger, en ten andere komt daar het natuurlijk gevoel
van wat betaamt en voegzaam is veel schielijker in verzet. Hierbij
komt nog eene overweging van anderen aard. Het zou tegen alle l
begrip van orde en hierarchie strijden, dat een lager Bestuur een Y 4
lid van een hooger Bestuur zelfs maar voorloopig zou kunnen ;
schorsen, wegens zijn handelingen als lid van dat hooger Bestuur.
Als lid der gemeente daarentegen is zulk een bestuurslid niet
boven het toezigt vah het lager Bestuur verheven, maar staat hij
met alle broederen gelijk.
Heeft mitsdien het Class. Best. aan ’t woord e r ge r l ij k eene
beteekenis gegeven, die het in art. 48 niet kan hebben, dan volgt
daaruit dat eene der voorwaarden voor de toepassing daarvan ont-
brak, en dat derhalve de voorloopige schorsing ten onregte is
uitgesproken.
Tegen de wijze van toepassing bestaat bovendien een ander
bezwaar. De provisioneele schorsing, eenmaal uitgesproken, kan
niet worden ingetrokken. Zij is een maatregel in,’t belang van
de openbare betamelijkheid; het is niet voegzaam dat iemand die
onder zekere verdenking ligt, zijne functiën uitoefent zoolang die