HomeHet arbeidersvraagstukPagina 57

JPEG (Deze pagina), 800.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 50.34 MB

55
g afhankelrik van eigen Wil en geschiktheid om te arbeiden
F en van eigen vraag; - hij Werkt voor niemand dan voor
Q zich zelven; Robinson ruilt niet.
,5 Met den maatschappelijken mensch is dat anders; deze
f ‘· arbeidt Weinig voor zich zelven doch ruilt hoofdzakelijk met
^ anderen.
, _ In de Maatschappij oefent een ieder slechts een bepaald
_' vak of ambacht uit; de arbeid is er verdeeld, omdat hij
Q daarbij in voortreffelijkheid Wint, en de maatschappelüke
=l samenleving, die de arbeids-verdeeling deed geboren Worden,
‘ brengt dan ook, als gevolg daarvan, de noodzakelijkheid tot
" ruilen mede.
, Zóó vormen zich bepaalde kringen, eerst van geringen,
r later van ruimeren omvang; in die kringen zoekt een ieder
diegenen op, die de vruchten van zijn arbeid gebruiken
j kunnen en hem daardoor in de gelegenheid stellen hunne
r producten of die van derden in ruil te nemen. Hoe leven-
diger in zulke kringen de ruiling is, - hoe overvloediger
er door een ieder gearbeid Wordt.
Doch komt er nu plotseling eene stoornis in dat ruilver-
§· keer, omdat een gedeelte van hen, die gewoon Waren met
elkander te ruilen, om de een of andere reden, die ruiling
*‘? staken en de voorkeur geven aan producten van elders, al
moeten die ook tegen bespaarden rijkdom en niet tegen
gelüktijdigen arbeid worden ingeruild, - aart ontstaat er
JX gebrek aah werk.
Gebrek aah werk, niet in absoluten zin, Want een ieder
kan steeds, even als Robinson Orusoë, eenigen arbeid voor
zich zelven verrichten; doch in dien zin, dat men geen vol-
doende afnemers vindt voor de arbeidsvruchten, die men
voortbrengt in het vak, hetvvelk men bij voorkeur tot het
$r·‘ zijne heeft gemaakt.
W Uit dit alles volgt, dat de maatschappelijke mensch niet
à alleen afhankelijk is van den wit om te arbeiden, en van
de geschiktheid tot arbeiden, doch tevens van de noodzake-
ë