HomeHet arbeidersvraagstukPagina 40

JPEG (Deze pagina), 658.42 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 50.34 MB

O
38
Meent gij wellicht, dat het u beter zou gaan indien zü,
die eenmaal arbeid verricht hebben van groote waarde, de
vruchten van dien arbeid hadden verteerd in de plaats `van
ze te hebben opgespaard; - stelt die schromelijke dwaling
dan ter zijde. Bestond toch op de wereld niet dat kapitaal, T'
hetwelk gij soms als uw grootsten vijand beschouwt, dan ,_"
zou uw toestand oneindig rampzaliger zijn. Met de grootst
mogelijke inspanning zoudt gij u niet de helft der zaken
A weten te verschaffen, die gij nu als belooning voor een dag ij
arbeids geniet. ">
Meent vooral niet, werklieden, dat, wanneer ik tracht
aan een ieder recht te doen wedervaren, ik geen gevoel heb ·
l voor uw lijden. Mijn vurigste wensch is u te helpen en
mijn innigste overtuiging, dat gij kunt geholpen worden; '
niet echter daardoor, dat men aan uw arbeid eene wille-
keurige waarde toekenne, die hij niet bezit; doch daardoor,
dat men u meer werk verschaffe. jl
Het volgend Hoofdstuk zal ten doel hebben te bewijzen,
dat zich geen willekeurige arbeidswaarde, dus arbeidsbeloo­ °
ning, laat vaststellen. In het derde en laatste Hoofdstuk
hoop ik aan te toonen, dat meerdere werkverschaffing niet
l' alleen mogelijk is, doch zelfs dat niets gemakkelükerv kan zijn.
4;.