HomeHet arbeidersvraagstukPagina 19

JPEG (Deze pagina), 768.26 KB

TIFF (Deze pagina), 6.69 MB

PDF (Volledig document), 50.34 MB

ä 17
zijner werklieden, omdat de waarde van zijn arbeid grooter
is, - die waarde toch niet uitsluitend aan eigen toedoen is
te danken; en de omstandigheden waarin de Voorzienigheid
hem deed geboren worden, de opvoeding die züne ouders
bij machte waren hem te geven en vele andere weldaden,
waarvan de werkman verstoken bleef, de mede­oorzaak zijn
van die grootere waarde en gevolgelijk van de gunstiger
positie, die hij in de maatschappij inneemt.
Daarvoor zijn dankbaarheid te toonen door zgn minbe-
J deelde onderhoorigen vaderlijk en liefdevol te behandelen,
Q dezen te ondersteunen wanneer ze in nood verkeeren, en
K jegens hen toegevend te zijn, - zal voorzeker geen schade
I aanbrengen.
§ 3.
Tot de meening, dat het Kapitaal den Arbeid exploiteert
en de werkgever zich een gedeelte der waarde van den
arbeid zijner werklieden toeëigent, wordt niet weinig büge-
dragen door economische stellingen, die ik aan den lezer
overlaat te beoordeelen, en waarin gezegd wordt: ,,Een `
,,zeker getal arbeiders van dezelfde soort is werkzaam in een
i ,,tak van bedrijf. Een gedeelte van hen brengt jaarlijks
t ,,voort f 1000 per arbeider, een ander gedeelte f 800, een
Y ,,derde f 700, een laatste f 500. Nu zal het maximum van
i ,,loon - juister gezegd: het bedrag beneden hetwelk dat
§ ,,maximum moet blijven - f 500 zijn. Want niet hooger
i ,,zal de waarde van ieders arbeid worden geschat." .... .
F ,,Heigem door de overigen (degenen die voor hooger bedrag
, ,,dan f 500 produceeren), ,,mcer worrclzf voorigebmcizt, is
j ,,pachi (1), is 0ridmicwierspremic" (MR N. G. Prnnsou ,
Leerboek der Staathuishoudkunde, Bladz. 243 er. 246).
Er heerscht in deze stelling en in de bladzijden waarop
ze voorkomt eene onbegrijpelijke verwarring van denkbeelden
I en niet gernakkelük is het den gedachtengang van den schrijver
Q te volgen en züne bedoeling te achterhalen.
.
l
l