HomeMarine en kustverdedigingPagina 44

JPEG (Deze pagina), 794.23 KB

TIFF (Deze pagina), 7.70 MB

PDF (Volledig document), 35.24 MB

· `%

1 il
l
42 j
van een afzonderlijk, met de Zeemacht nauw verbonden, kust- V li
verdediging­corps niet veroorlooft, aan de Marine de verdediging
der kuststellingen op te dragen. Ten tweeden, dat overal waar t
de eischen voor een toekomstigen kustoorlog aan een deugdelijk
onderzoek werden onderworpen, de noodzakelijkheid bleek om
aan de verdediging van door pantserforten beschermde haven-
mondingen toe te voegen met maritieme kennis toegerust per- i
soneel met het noodige materieel, aangezien zonder dezen
maatregel de voorbereiding en bij intredenden oorlog de uit-
voering in hooge mate schadelijk zullen blijken voor de belangen pi
van oorlogs- en koopvaardijvloot en daardoor voor die van den I
lande. Het groote bezwaar tegen eene goede regeling van onze
i kustverdediging is da.n ook gelegen in de bekende Wet tot
uitvoering en voltooiing van het Vestingstelsel van 1874,
waarbij aan de Zeemacht tot niet gering nadeel van den Lande
Ji de bescheiden taak werd opgedragen, om bij de landsdefensie
¥ mede te werken (voor zoover mogelijk) tot de verdediging onzer X
zeegaten en stroomen. Schetst dit gedeelte van bedoeld wets­ li
, ontwerp niet volkomen de beginselen van den toen juist afgetreden ”
Minister van Marine Brocx,1) welke enkele maanden te voren v
l door de Volksvertegenwoordiging en later door de ervaring zoo E
streng zijn veroordeeld? Is een gevoel van rechtmatige verbittering T
vele zeeofiicieren, over eene dergelijke veronachtzaming van i
[ _ de belangen der Marine, bij de organisatie onzer vveermiddelen
jl niet in vele opzichten gerechtvaardigd? Heeft deze uiterst q
i 1) De Vestingwet werd aangenomen in April 1874. Tengevolge van een
i sterk sprekend wantrouwend votum der Tweede Kamer, was de Minister ä
Brocx in Dec. 1873 afgetreden. Uit den aard der zaak evenwel, is dit veel *
l omvattend_ wetsontwerp met zijne medewerking voorbereid en berust het
i dus op zijn plannen met de Marine voor de toekomst.
l s.
i
1
L p