HomeDe koloniën en staten van Zuid-AfrikaPagina 91

JPEG (Deze pagina), 661.13 KB

TIFF (Deze pagina), 5.27 MB

PDF (Volledig document), 73.90 MB

. 89
Karroo is een oude Hottentotsche naam, dor of droog be- E
teekenende, en is sints onheugelijke tijden toegepast op het ·
4 droog plateau in de W. Provincie, dat gelegen is tnsschen
de H.oggeveld­ en Nieuvvveldbergen ten N. en de Kleine en
Groote Zwartberg ten Z. Als een algemeene naam beteekent
Karrooveld alle dorre grond in de Kolonie die dezelfde ge-
I aardheid heeft als de Groote Karroo, en die bestaat uit hard
lv gebakken roode klei, gelegen in een bed van blaauwe schie-
tose leisteen.
{ Ka1‘r00p00rt• Een bergpas tusschen het Koud Bokkeveld en
I de Groote Karroo. De groote weg van de Kaapstad naar
I Beaufort gaat er door heen.
I Katbe1‘g• Een hooge en steile bergreeks omtrent 5000 vt.
E ten N. van de Katrivier, Zij is een verlenging van het
Groot­Wintergebergte ten W., en vereenigt zich met de
Amatola en Chumiebergen ten O. Aan de kustzijde is zij
steil en rijk met hout begroeid, maar de noordelijke of in-
landsehe zijde is vlak en zonder houtgewas. Over deze ber-
gen loopt een uitmuntende weg.
Katrivien Een oude Hottentotsche volkplanting, in 1819
g na de uitdrijving van den stam der Gaika-kaiïers gesticht.
Na den opstand der Hottentotten in 1851 werd zij opge-
broken. en maakt nu het distrikt Stockenstroom uit. Het is
240 Cl mijlen groot en heeft eene bevolking van 6,509
, _‘ zielen van alle rassen. Het is een uiterst vruchtbare en
?· schilderachtige landstreek, Zij bevat verscheidene dorpen en
1 zendingstations. Seymour is de hoofdplaats. Büna het ge-
Z heele distrikt kan besproeid worden, en een talrijke bevol-
· t king dragen.
,ï Keiskamma hoek. Valleijen in de Amatola Bergen, waar de
Keiskamma rivier in ontspringt, en vroeger de voornaamste
’ sterkte der Gaika kaifers. Zü zijn nu bewoond door Duit-
sehe en Engelsche volksplanters en het is eene van de best
van hout en water voorziene streken in de Kolonie, met een I
heerlijk klimaat en prachtige natuurtafereelen ‘
Keiskammarivler. Deze en de in de nabijheid gelegene Buf-
falo gelijken meer op rivieren dan de drooge rivierbeddingen
|