HomeDe koloniën en staten van Zuid-AfrikaPagina 49

JPEG (Deze pagina), 682.78 KB

TIFF (Deze pagina), 5.38 MB

PDF (Volledig document), 73.90 MB

j.
‘ "` 47
3. De Vaal en Oranjerivieren. De Vaal, welke een van de
schoonste rivieren van Zuid-Afrika is, loopt door Griqualand
West, van het Noorden naar het zuiden, in een westelijke
richting, terwijl de Oranjerivier het aan de Zuidkant besproeit.
Deze zijn bijzondere eigenaardigheden van het landschap
ë daar beiden belangrijke stroomen zijn. Hunne oevers die
·’ met hout begroeid zijn, zijn deels schoon, deels schilderach­·
ir tig. Op een afstand van deze beide rivieren en van hunne
‘l takken, de Modder­ en de Hartzrivieren, ziet het land er
over het algemeen dor en onvruchtbaar uit, behalve in den
tijd van de zomerregens, die ook hier hun tooverkracht uit-
oefenen.
4. Het Klimaat. In den zomer is de hitte er grooter dan in
de Kaap of Natal, maar er is geene ongezondheid aan de
verhoogde temperatuur verbonden, en zij belet ,,de delvers"
ç niet om hun harden arbeid in de open lucht voort te zet-
li ten, Somtijds heerscht er koorts in de Kampementen, doch
a dit is meer toe te schrijven aan gebrek aan doelmatige ge-
jï zondheids-voorzorgen, dan aan het aanwezig zijn van ziekte·
“ stolfen. De winters zijn koud en versterkend en de nachten
Y gedurende het grooter deel van het jaar verfrisschend.
ll Van tijd tot tijd woeden er hevige donderstormen, voor-
W afgegaan door dichte stofwolken. Personen lijdende aan
asthma en andere borstkwalen vinden in Griqualand West,
Q; tengevolge van de algemeene droogte der lucht, genezing, j
" maar de algemeene manier van leven en het comfort or de
[ velden, kan naauwelijks geschikt geoordeeld worden voor
lj ziekelijke personen. j
5. Bevolking. Vóor de ontdekking van diamanten in 1869
werd Griqualand West bewoond door eenige duizende Gri­
i qua’s onder het opperhoofd Waterboer, een gering overblijfsel
T van de Bechuana stam, een paar Hollandsche Boeren onder y
bestuur van de Transvaal of Vrijstaat, eenige Enge1schekolo·
nisten uit de Kaapkolonie, die het zoogenaamde distrikt
Albanie bezet hadden en vijf of zes Duitsche zendelingen, I
met hunne bekeerlingen. Het was een weinig bekend en
gering geschat gedeelte van Z.­Afrika. Zoodra het spoedig zeker I
·"» jl
l