HomeDe koloniën en staten van Zuid-AfrikaPagina 34

JPEG (Deze pagina), 685.93 KB

TIFF (Deze pagina), 5.28 MB

PDF (Volledig document), 73.90 MB

Fl
‘ E
32 la lr
die de tuinen en wijngaarden, de bosschen en voorsteden der ‘
Kaapstad overziet, van alle züden een trotsch gezicht ople-
vert, vooral wanneer zijn top, in het beroemde ,,tafellaken"
als in een krans van wolken gehuld is. Behalve het gebrek ,
aan water is er in de binnenlanden ook nog behoefte aan
boomen. Langs de Oost- en Zuid Oostkust bestaat dit ge-
brek niet. Maar zoodra is men de eerste hooge bergketen l
niet over gestegen of de barheid van het landschap hindert
het oog. Dit zal echter met het toenemen der bevolking '
beter worden. Bijna overal waar een huis is, vindt men ook V
reeds een dam , een boomgaard en een tuin, met eene rij boo-
men er om heen geplant. Het in dammen bewaren van
het vroeger wegstroomonde regenwater, en het planten van
boomen wordt meer en meer algemeen, en wanneer na ver- l
loop van tijd de bevolking dichter is geworden, zal het ·
minder schoone gedeelte van de Kaap er heel anders uitzien. I,
Wij moeten hier opmerken dat regen of droogte zeer veel L?
te doen hebben met het Kaapsche landschap. Een langdu- je
rige droogte zal veroorzaken dat ook de fraaiste distrikten
er dor en verschroeid uitzien, terwijl een paar dagen regen ll,
dc bruine en stoiterige karoo in een groene en met bloemen
overdekte vlakte veranderen.
9. Jacht enz. Van Z.-Afrika sprekende denkt men onwillekeurig
ook aan de jacht en dat niet zonder reden, daar het voor
dit mannelijk vermaak de schoonste gelegenheden aanbiedt.
In de binnenslands gelegene distrikten zijn verscheidene ·_,
soorten van antilopen in groote getale te vinden, cn nergens
in de Kolonie ontbreken zij geheel en al. Men vindt er pa- "ï;`
trijzen, kwartels, korhanen, faizamten en paauwen, zoowel l
als wilde eenden, ganzen, en talingen; zelden hoort men van l
leeuwen, en nog minder van olifanten, maar de Kaapsche
tijger en luipaard zijn nog in ieder gebergte te vinden; de *
wolven en wilde honden zijn meerendeels door vergif uitge-
roeid, De jakhals is nog overal in grooten getale aauwezig, .
terwijl de eenzame bosschen en bergen nog tcn schuilplaats
dienen voor ontelbare bavianen. Het meest gevreesd worden ‘
de slangen, waarvan sommige soorten hoogst vergiftig zijn ,
l
I