HomeDe koloniën en staten van Zuid-AfrikaPagina 32

JPEG (Deze pagina), 678.60 KB

TIFF (Deze pagina), 5.38 MB

PDF (Volledig document), 73.90 MB

ll
30 ..
7. Het weder en de jaargetijden. Daar de Kaap ju hat
zuidelijk halfrond gelegen is, zün de jaargetijden met betrek-
king tot de maanden juist omgekeerd. Het hartje van den l
Kaapschen zomer valt gelijk met onzen kersttijd, en wanneer
het koren in Holland rijp wordt, is het in Afrika op zijn
koudst. De lentemaanden zijn Augustus, September en Oe- ·
tober; de zomermaanden November, December en Januari,
terwijl de herfst in Februari, Maart en April valt, en het
in Mei, Juni en Juli winter is. Echter maakt de grilligheid ä
der natuur waaraan de Kaap zoowel als ieder land onder-
worpen is, natuurlijk deze classifrcatie dikwijls te schande.
Als een regel zijn aan de Kaap, de herfst en winter de meest
i aangename tijd van het jaar, hoewel dit niet op alle plaat-
sen van toepassing is, daar de regenval en windstroomen niet
overal dezelfde zijn.
In het Westen der_kolonie vallen de regens in den laten
herfst en de wintermaanden Mei, Juni, Juli, terwijl in het
oostelijk gedeelte de meer hevige regens tegen het einde
der lente en het begin van den zomer {November) kunnen
t verwacht worden. Eene onaangename eigenaardigheid van ‘
het Kaapsche weder is de heete wind welke echter in de ,
Oostelijke en Midden Distrikten meer hinderlijk is, dan in 9
het Westen der Kolonie. Hij waait van uit het N. W. over
de heete vlakten van het binnenland en is meer onaangenaam
dan onze scherpe Hollandsche oostenwinden. Hij is niet
ongezond, maar onaangenaam. Somtüds waait hij twee á li
drie dagen aanéén maar meestal gaat hij tegen den avond
liggen, en wordt de atmosfeer wat zachter en koeler. Don-
derstormen vergezeld van hagel zün niet zeldzaam en somtijds
A hevig. Droogte met hare gevolgen komt dikwijls voor en
schijnt periodiek te zijn. De regenseizoenen hebben wij X
reeds genoemd, en het is slechts noodig er bij te voegen ‘
dat hun terugkomst altijd met verlangen wordt te gemoet
gezien. Na lange droogte is de regenval gewoonlijk buiten-
woon sterk, en verwoestende overstroomingen zijn niet onbe-
kend. Het gebeurt echter zelden dat de regen vele dagen
aan één aanhoudt,_ en de meest gewone toestand van het