HomeDe Bijbel op de scholen met den BijbelPagina 29

JPEG (Deze pagina), 771.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 24.60 MB

t
27
Gewoonlük oordeelt men aldus: wat de rechter niet doen
mag, mag nog veel minder een particulier.
F Ging de redeneering van de Standaard op, dan zou het
volgende kunnen gebeuren.
A. zegt dat B. gestolen heeft. Bewijzen geeft hij niet, hij
Q _ zegt het eenvoudig en laat het openlijk drukken.
AA Daarover aangesproken verdedigt hg zich op deze wijze:
ik zou niet weten, waarom ik dat niet doen mocht; ik heb
,‘· B. niet aangeklaagd, er is geen sprake van een rechterlijke
beslissing, van vonnis, van straf; ik stel het publiek niet
3 gelük met den rechter, ergo, mag ik iemand wel onverhoord
V oordeelen, wanneer er maar geen kans is, dat hij daardoor
straf beloopt.
Inderdaad, ik weet geen woorden te vinden om mün ver-
bazing uit te drukken over zulk een betoog.
Doch ik ga verder.
Q In het formulier van den ban heeft natuurlijk de kerk
I_ niet alleen private zonden op het oog, door leden der gemeente
tegenover andere leden gepleegd, maar ook zulke zonden
die de leer betreffen. Indien een lid der gemeente openlük
verderfelijke leeringen verkondigde, moet de kerk volgens
het banformulier, wanneer hij zich niet bekeert, tot afsnüding
, overgaan.
In zulk een geval echter wil het formulier, dat het ketter-
5 sche lid niet afgesneden worde, vóór en aleer de weg in
Matth. 18 aangewezen gevolgd zij en vermeldt het daarom
‘ ook uitdrukkelijk, dat men den zondaar ,, zoo in het bg-
j zonder als voor getuigen en in tegenwoordigheid van velen"
heeft vermaand, terwül de Catechismus dit nog duidelijker
in verband brengt met Matth. 18: 15-17.
Indien dus onze kerk ware, die zg wezen moest en het
i werd ontdekt, dat in een of andere kweekschool voor onder-
, wüzers kettersche gevoelens werden gezaaid in de harten
{ der leerlingen, zou zü zich geroepen `achten de schuldigen
·, 10. in het büzonder, 2*). voor getuigen, 3°. in tegenwoordig-
1
H
+