HomeDe 'Bede' van dr. A. Kuyper, afgewezen door dr. A. W. BronsveldPagina 52

JPEG (Deze pagina), 807.50 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 47.54 MB

e
50
krachtigd. Harderwijk zag zijn school tot een hoogeschool ver-
heven in 1647 door de Heeren Staten van Gelderland.
Voetius kon dan ook in de meesterlijke Redevoering, waarmeê _
hij de akademie te Utrecht inwüdde, haast geen woorden vinden,
krachtig genoeg om zijn liefde uit te drukken voor de wetenschap, l
en zijn dankbaarheid voor hetgeen al de eeuwen der christenheid
door, door vorsten en overheden was gedaan tot bevordering van l
kennis en geleerdheid. Hij schrijft het gelukken der Reformatie
voor een goed deel toe aan den invloed der studiën en scholen, K
de reden, waarom ,,de satan dus raasde tegen het aanstellen of her-
stellen van allerhande geleerdheid en studiën." En hij denkt er
niet over, de vroede mannen, wien de bloei der wetenschappen, H
het geestelijk heil hunner onderdanen ter harte ging, van leelüke
eerzucht en ongepaste aanmatiging te beschuldigen, omdat zij uni-
versiteiten hebben gesticht. Kennelijk vindt Voetius hetgeen zij
hebben gedaan, volmaakt in den regel.
Wat dunkt u? Wie. heeft het meeste recht, om zich op de ge- S
schiedenis te beroepen: Dr. Kuyper of ik? Ik geloof, dat zij ons E
volle vrijmoedigheid geeft om te zeggen: De Staat is bijna van
’t begin af in de stichting van hoogescholen rechtstreeks betrokken
geweest; en dat lang vóór 1789 de universiteiten ook den invloed
ondergingen van de richting, welke haar in ’t leven riep of hield,
blijkt o. a. uit de geschiedenis van de hoogeschool te Heidelberg, i
die nu eens kalvinistisch dan weer roomsch, dan wederom anders
gekleurd was, al naarmate de vorst des lands het gehengde of ge- *
lastte. En staan nu de hoogescholen onder de centraliseerende ,,
macht van een Staat, met vvelks almacht ik volstrekt niet dweep: r
vóór en na de Reformatie, doch altijd vóór de Revolutie, was vaak l
de wil van één man voldoende, om een gansche universiteit van M
geestesrichting te doen veranderen. Welke is van deze twee con-
ditiën de minst gewenschte?
Dr. Kuyper beweert, dat de historie nog meer bezwaren heeft j
tegen mijn beweren, dat behalve den Staat ook de Kerk recht heeft, i