HomeDe 'Bede' van dr. A. Kuyper, afgewezen door dr. A. W. BronsveldPagina 40

JPEG (Deze pagina), 804.81 KB

TIFF (Deze pagina), 7.04 MB

PDF (Volledig document), 47.54 MB

38
In één woord: deze geheele universiteit staat daar al, zonder
dat er nog één les is gegeven, en kwam tot stand als ieder andere
industrieele onderneming , als ieder andere naamlooze vennootschap, j
waarvan bijna dagelijks de Staats­Courant de erkenning als rechts·
persoon vermeldt. En nu beweer ik, dat men op die wijze wel
iets kan stichten, dat men een hoogeschool noemt, en dat de
heeren, van wie hier sprake is , eenigen uit hun midden of buiten
hun kleinen kring, hoogleeraren mogen gaan noemen, en dat die
heeren zich vermeien mogen in het vormen van een senaat met l
een rector aan het hoofd, ja in het kiezen zelfs van een kanse-
lier -­ maar ik houd vol, dat hiertoe zich dan ook alles be-
paalt. Ik blüf er tegen protesteeren, dat men een inrichting op
die manier tot stand gekomen, tooit met den naam van universi­ l
teit, en ik blijf de heeren onbevoegd verklaren, om professoren te
benoemen, ik bedoel hensohe professoren, die zijn wat zü beeten.
Ook herhaal ik nu op stelligen toon mijn uitspraak: Alleen de .
Staat en de Kerk mogen universiteiten stichten.
Dr. Kuyper tracht in zijn ,,Be<le" (bl. 17 vv.) allereerst te be-
wijzen, dat het ,,stactlsre0hl" mi_jn beweren ten eenemale omver
werpt. Daartoe begint hij met een beroep op het stellige recht.
Hoe kan ik aan de wettigheid van zijne vrije universiteit twijfelen,
of de bevoegdheid zijner directeuren loochenen om professoren te
benoemen? Erkent de wet op het hooger onderwijs dan niet het
A bijzonder onderwijs, en is de ,,vereeniging voor hooger onderwijs"
niet Koninklijk besluit als rechtpersoon erkend, en daarmeê haar
‘ recht om professoren te benoemen boven allen twijfel verheven?
Qui bene clistingnit, bene intelligit. De erge universiteit! Past zij
in het kader van onze wetgeving op het hooger onderwijs? Ik meen
het te mogen betwüfelen. Het woord vrije hoogeschool, of vrüe
school voor hooger onderwijs, of vrije universiteit, komt in de wet
niet voor. De wet spreekt van bijzondere scholen voor hooger on- j
derwhs. Dit maakt geen klein verschil.
In het ontwerp van wet op het hooger onderwijs, van 1868, het
eerste, waardoor de regeling van deze belangrijke zaak bij onze