HomeDe 'Bede' van dr. A. Kuyper, afgewezen door dr. A. W. BronsveldPagina 32

JPEG (Deze pagina), 780.93 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 47.54 MB

30
christelijke moed" wordt toegebeden, om onbewimpeld het door mij l
begane onrecht te herstellen. ,,Allen, die mün eere liefhebbeu," i
worden gezegd ,,daarop te rekenen." Natuurlijk doet het ook de ‘
steller der ,,Bede." 9
Ook mü is mun eere lief - en eischte zij, dat ik ongelijk be- ‘
kende, ik zou het doen, en dan natuurlijk onbewimpeld. Dat mij
daartoe de moed (ik noem het liever een plicht) vroeger wel eens
is geschonken geworden, weten de getrouwe lezers der ,,Stemmen."
Maar ik mag toch de vlag niet strijken, zoo lang ik meen mij te I
kunnen verdedigen. Daarom verzoek ik, dat men dit verweer-
schrift, waarmee, volgens Dr. Kuyper mun eere gemoeid is, aan-
dachtig lezen zal. Ik bepaal mij tot de hoofdzaak, tot de kwestie:
,,Wie mag een universiteit stichten? De Staat, de Kerk, of een
Corporatie?" Ofschoon ik mijn gevoelen, besoheidenheidshalve, in
den vorm gekleed heb van een vraag, en, daar ik diskussie er over
wilde uitlokken, min of meer op problematischen toon heb gespro-
, ken, zoo heb ik toch niet zoo ondoordacht, zoo maar in den blinde
geschreven, als Dr. Kuyper dat doet voorkomen. Ik had óók aan
de roeping en het karakter van het hooger onderwijs eenige studie
gewijd, gelijk ik zulks ten opzichte van onze lagere en middelbare
scholen had gedaan. Ja, ik meende, dat ik voor mijn gevoelen,
dat alleen Staat en Kerk de eerste aangewezen machten zijn, om
een Universiteit in ’t leven te roepen, mu beroepen kon op autori-
teiten, welke Dr. Kuyper niet wraken zou.
Op de zeventiende algemeene vergadering der ,,nederlandsche ver-
j eeniging van vrienden der waarheid tot handhaving van de leer en
' de rechten der Gereformeerde Kerk", is de vraag, welke ons hier
” bezig houdt, ter sprake gekomen. Op bl. 23 van het verslag, dat
h te Amsterdam bg H. J. Winter het licht zag, lees ik letterlijk
M het volgende: ,,Dr. F. L. Rutgers. Ik zou kunnen zwijgen, nu
V Ds. W. Krayenbelt op zoo uitnemende wijze op de zaak heeft aan-
gedrongen. l) Maar het kan toch zijn nut hebben, nog iets te ant- `
1) Dat uitnemend is hier zeker eensluidend niet: in versmacot. Althans hot door