HomeDe 'Bede' van dr. A. Kuyper, afgewezen door dr. A. W. BronsveldPagina 25

JPEG (Deze pagina), 815.45 KB

TIFF (Deze pagina), 7.23 MB

PDF (Volledig document), 47.54 MB

l
23
worden toegekend, geen aanspraak kan maken, zonder daarmeê .
evenwel iets van haar achtbaarheid te verliezen.
~ Dr. Kuyper zal echter moeten toestemmen, dat hier een subjektief
gevoel, of gehoor niet tot een onfeilbaren maatstaf dienen kan. Ik zou
niet weten , waarom men niet zeggen kan: ,,Gij zult u een ark maken";
of ,,zijn haar was gelrjk witte w0t’; of ,,wij vrouwen hebben de ge- ,
’ lukkige gave", wat ik zelfs verkies boven gaaf. En honderden met
mij moeten met den Heer Gispen l) bekennen, dat zij voor hun ge-
voel geen verschil kunnen constateeren tusschen het Heer en Heere.
Indien echter dat taalgevoel hier eenig recht heeft, dan zou be-
wezen moeten worden, dat Heere eerbiediger is dan Heer. Dr.
Kuyper meent dat dan ook te kunnen bewijzen. Dat Heer, zegt I
hij, is afkomstig uit een tijd en een kring, ,,die aan elk dieper
geloof in Gods genade tamelijk wel gespeend was." Nu ,,een war-
mer en frisscher geloof" is teruggekeerd, moet ,,dat teeken van
i vroeger oneerbiedigheid" wederom ,,verdwi_jnen."
è Ik kan niet anders dan mij verbazen over zulk een oordeel, en
`i over het leggen van een verband tusschen zaken, die met elkander
met samenhangen. Als ik Dr. Kuyper wèl begrijp, dan bedoelt
hij met den tijd, die aan elk dieper geloof in Gods genade tame-
lijk wel gespeend was, de eerste dertig jaren van deze eeuw. Af-
gaande op zijn wijze van oordeelen, geloof ik te mogen bewe-
ren, dat hij den tijd, waarin van der Palm, Borger, Dermout,
_ Glarisse, Heringa, Egeling en hun vrienden den toon aangaven, I
hier stelt tegenover een bedeeling van ,,warmer en frisscher geloof."
Die laatste, zal dan aangevangen zijn met het bekende Réveit. En
tot de kenteekenen van dat ,,frisscher geloof" zal dan het herleven _
van ,,Heere°’ geteld dienen te worden. Laat ons zien!
In abstracte geven we toe, dat de woorden, welke wij gebruiken,
om er God mee aan te duiden, niet toevallig gekozen worden, maar
` in verband staan met het geloofsleven. Het Opperwezen, de goede
God, de Voorzienigheid, de hemelsche Vader, de Opvoeder des
- 1) Zie Bazuin van 5 Maart 1.1.
l

`