HomeDe 'Bede' van dr. A. Kuyper, afgewezen door dr. A. W. BronsveldPagina 21

JPEG (Deze pagina), 834.70 KB

TIFF (Deze pagina), 7.26 MB

PDF (Volledig document), 47.54 MB


. 19
gj
van de studie onzer moedertaal, deden wat L. van Bolhuys consta-
j teert op bl. 29 van zijn Spraakkunst, (waarvan de eerste druk in
1792 en de derde in 1803 verscheen) ,,Oudtijds beminde men een
YU langen en slependen uitgang op e: zone, meresehe, enz. nu bemint
ll men meer een kortere en meer gemakkelijke uitspraak." In Ar-
! nold Moonen’s Nederduitsche Spraekkunst, leest men reeds op
Q bl. 243: ,,Mijn Heer de Burgemeester", en twee bladzijden later: de
Heer Jesus 1). Bij Justus van Effen, ongetwijfeld een onzer beste
lj prozaschrijvers, is de toonlooze e achter tal van woorden reeds
?I` verdwenen. Lambertus ten Kate zegt in zgn beroemde Aenlei­
ill ­ ding tot de Kennisse van het verhevene deel der Nederduitsche
Sprake, Dl. I bl. 392: ,,Onder de maseulina. zijn dan als uitzonde-
i ring, ons Heer en mense/t,... .. Eertijds was de nomin. Heere en
_l` memehe; gelijk men ook nog van ’t Opperste Wezen sprekende,
die oude en deftige gedaente onderhoudt, zeggende: De Heere heeft
, Hemel en Aerde gemaekt, dog niet de Heer; zoo mede in den
Vocat. Heere (Domine).
jl Evenwel na 1723 (het jaar, waarin Ten Kate dit schreef,) is in de
{ schrijftaal ook van Heere de e afgesleteu. Het trof me, dat Joan
j van den Honert T. H. Zoon, prof. te Leiden, aan wiens ijver voor
het rechtzinni geloof zijn tüdgenooten getuigenis geven, in zijn
i ,,Des Heeren Wijnstok in Nederland ,” niet alleen schrijft de HEER,
l als hij gewaagt van den Allerhoogste, maar het ook doet als hij
‘ woorden aanhaalt uit de H. Schrift: ,,De HEER sal u segenen uijt ,
N Sion”’ (in de Opdragt) ,,0 HEER God der Heerscharen!" (aanha-
ling uit Psalm 80:15-20). Ook in andere werken dan in deze
,,kerkelike Redenvoering," welke in 1748 gehouden werd, bleef van
den Honert dit ,,Heer" naast ,,Heere” gebruiken. In het beroemde H
werk van Huy dekoper (Proeve van 'I`aal­ en Dichtkunde) waarvan
Lelyveld in 1772 den tweeden druk bezorgde, en dat op onze l
taalkunde zulk een grooten invloed heeft uitgeoefend, vindt men I
á eene spelling, aan de onze reeds bijna gelük. Toen dan ook in
ä ’1) Ik citeer naar den lviyfclen druk; de eerste verscheen in 'l70(i.