HomeDe 'Bede' van dr. A. Kuyper, afgewezen door dr. A. W. BronsveldPagina 20

JPEG (Deze pagina), 823.43 KB

TIFF (Deze pagina), 7.27 MB

PDF (Volledig document), 47.54 MB

4
is

A gingen, ende quamen ten huize eener vrouwe, eener hoere, wiens in
name was Rachab, ende sy sliepen daer." Die toonlooze e treffen
wij aan ook achter het woord Heer, waar men noch aan God,
noch aan Jezus Christus, maar aan menschen gedacht wilde hebben
van gelijke beweging als wij. Wel bestond en gebruikte men, ook i
in de ’Staten­vertaling, het woord heer (zonde1· e), bijv. in Hand.
VII:27, waar de Kamerling genoemd wordt ,,een machtig heer
van Candace"; maar men kan daar tal van plaatsen naast stellen, 1,*
waar gelezen wordt heere, als er sprake is van een meester, een
eigenaar of iets dergelijks. Zoo zeggen de Grieken tot Filippus
(Joh. 12:21): ,,Heere, wij wilden Jesum [wel] sien." Meent men, lj _
dat deze e hier den vocativus moet aanduiden, dan wijzen wij op `
de volgende plaatsen, waar dit volstrekt het geval niet is: Matth. l
XXI: 33: ,,Daar was een heere des huizes." De kantteekening bij l·
deze woorden luidt: ,,Gr. een mensche, die een heere des huysge- I
sins was." De Sunamietische zegt tot Eliza (2 Kon. 4:28): ,,Heb
ick eenen sone van mijnen heere begeert?" En zeer opmerkelijk
is hier Gen. 24:56, waar Eliëzer zegt: ,,En houdt my niet op, ç`.
dewijle de HEERE mijnen wegh voorspoedigh ghemaeokt heeft; laet i
my trekken dat ick tot mijnen heere ga." In Gen. 45:8 zegt
Jozef, dat God hem heeft gesteld ,,tot eenen heere over Pharaos
gantsche huys," en in Gen. 24:65 zegt Eliëzer tot Rebekka van Q
Isaak: ,,Dat is mijn heere”. {
Genoeg, om .te bewijzen, dat de Staten­Vertaling in die E gan- ·
schelijk geen bewijs wil zien van bijzonderen eerbied of hulde aan r
den Allerhoogste gebracht of te brengen; en met de groote letters
wil zij alleen hebben aangeduid, dat men, waar zij voorkomen in
het Nederlandsch, in het Hebreeuwsch leest Jehovah, een naam,
dien zij niet zonder een zekere huivering vertaalden, omdat zij niet
met één woord, en ook niet door hun: HEERE, er al de kracht
van wedergaven.
Wat is nu gebeurd in den loop van de l7@ en 18@ eeuw met die -
toonlooze e achter de woorden? Zij werd hoe langs hoe meer ii
weggelaten. De schrüvers van naam, en zij, die werk maakten