HomeDe 'Bede' van dr. A. Kuyper, afgewezen door dr. A. W. BronsveldPagina 17

JPEG (Deze pagina), 829.35 KB

TIFF (Deze pagina), 7.02 MB

PDF (Volledig document), 47.54 MB

15
_ In 1598 ging hij echter in tot de ,,rust", welker verwachting
hem hier gesterkt had. Zijn arbeid aan de overzetting van den bijbel
besteed werd niet aanstonds opgevat en voortgezet; de tijden wer-
den woeliger met ieder jaar, en toen het uitzicht hoe langs hoe
nader kwam op het bijeenkomen van een nationale synode, werd
ook de nieuwe vertaling van den bijbel gerangschikt onder de
dingen, welke dan zouden ter hand genomen worden.
Ieder weet, dat eerst in 1618 de doorluchtige vergadering, waarop
door velen zoo lang was gehoopt, te Dordrecht samenkwam. Nadat
in de vijf eerste vergaderingen alles beschikt en geregeld was, wat
tot een goeden gang van zaken werd vereischt, moest men eenige
dagen wachten, totdat de Remonstranten zouden zijn verschenen,
die voor de synode geciteerd waren. Hun was een termijn van
14 dagen gesteld. Terecht begreep de praeses Joh. Bogerman, dat
die tijd met iets beters kon worden besteed dan met werkeloos
wachten. Er was een aantal Gmvcwnincl ingediend. Noord­Holland
had er niet minder dan veertig. Uit meer dan één` provincie werd
het dringend aanzoek vernomen om een nieuwe bijbel·vertaling.
De afgevaardigden van Overüssel drukten zich het kortst en krach-
tigst uit, vragende: ,,olccl de Tmnslatie des Bijbels eenmaal sijn
"uoorlganek hebben ¢n0ehle." De voorzitter raadpleegde zijn mede-
leden, die met hem het moderamen uitmaakten (Jac. Rolandus,
Herm. Faukelius, assessoren, Seb. Dammannus en Festus Hom-
mius, secretarissen) en stelde in de zesde zitting der synode, welke
met een buitengewoon plechtig gebed geopend werd, deze drie
vragen aan de orde: Ten eerste, of het noodig en voor de kerk *
wenschelijk zou zijn eene nieuwe overzetting des Bijbels voor te
nemen; len tweede, op wat wijze zij tot nut en stichting onzer ,
kerke ten bekwaamste zou mogen gedaan worden; en len clercle,
aan hoe velen en aan wie deze arbeid, uit naam der Nederlandsche
kerken, opgelegd zoude worden?
Het bleek, dat de synode algemeen eene nieuwe vertaling wen­
schelijk achtte, en nadat besloten was haar tot stand te brengen,
kwamen allerlei punten ter sprake, rakende de wijze, waarop dit