HomeDe 'Bede' van dr. A. Kuyper, afgewezen door dr. A. W. BronsveldPagina 15

JPEG (Deze pagina), 772.84 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 47.54 MB

13
Nederl. Overzetting des Bijbels ," maar wij raadplegen ook hetgeen
Heringa 1), Janssen 2) en v. Toorenenbergen 3), dienaangaande
aan het licht hebben gebracht.
Nadat reeds op vroegere Synoden, als die van Embden in 1571,
en op de provinciale van Dordrecht in 1574, het hoog-noodige
van een ,,correcter" overzetting, vooral van het O. Testament, was
uitgesproken, werd in 1578 op de Dordsche nationale Synode in
beginsel besloten, dat men den bybel (d. i. het O. T.) uit de
Hebreeuwsche Tale zoude overzetten, maar ,,hier en tusschen" de
in gebruik zijnde vertaling zou voorzien met de Fransche aantee­
keningen op het O. T. -­- Tot dezen arbeid werden ,,vercoren de
Heer van St. Aldegomle ende Petrus Dathemts, dewelke bekwame
mannen souden vinden, om sulcks te doen."
Sedert werd de naam van Marnix gedurig genoemd, als er van 1
een nieuwe vertaling sprake was. Op de Nationale Synode van .
’s Gravenhage in 1586 werd ingebracht, dat de Heer van St. Alde-
" gonde dit werk voor ,,sijn particulier begost hadde." In 1595 -
wu vermelden hier slechts de hoofdfeiten - vestigde Marnix zich
. metterwoon te Leyden; ,,hij was toch een persoon van Godt begaeft
tot het translateeren van een Bybel wten Hebreeuwschen text in
onse nederduytsche sprake," en was hij reeds begonnen met zijn
kracht te wijden aan den arbeid, hem nu zoo wel door de kerk
als door de Staten opgedragen.
, Nu komt een punt voor de zaak, welke om hier bezig houdt, A
van het grootste belang. Wernerus Helmichius, Petrus Plancius en i
Daniël de Dieu waren benoemd, om het werk, dat Marnix zou j l
aanbieden, te overzien, en in 1595 kwamen deze mannen met den `
geleerden bijbeltolk te Leiden samen, om te bespreken ,,Ptm0ten
belcmqemle d’0versettmge im gemeen heere van St. Aldegomle
voor te houden." Dit document door den Heer Janssen t. a. p. weêr
*1) Archief van Kist en Royaards V. _
2) Kist en Moll. Kerkh. Archief, II, p. G5 vv.
Godsd. en Kerk. Gesch. van Marnix, Dl. II. Inleiding.