HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 7

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 7.31 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

O
. 5
in allen deele eens is. Ik ben dan ook altijd bereid geweest, om het i
I eerste te verdedigen tegen eene zakelijke bestrijding, en met welwillende
op- en aanmerkingen betreffende de laatste mijn voordeel te doen.
V Overtuigd, dat mijn werk, zoo goed als alle menschenwerk, groote of r
kleine. gebreken moeten aankleven, heb ik altijd gaarne naar de heden- l
' kingen van anderen geluisterd. Eenige jaren geleden heb ik zelfs bij
circulaire alle hoofdonderwijzers in het land beleefd verzocht, mij hunne
aanmerkingen mee te deelen. De Heer Hemkes was toen waarschijnlijk I
reeds rustend onderwijzer, en heeft zeker nooit nagegaan, welke ver-
H anderingen - verbeteringen zoo ik hoop - volgende drukken telkens .
•§· hebben ondergaan, anders zou hij nu niet onbedachtelijk eene onwaar-
heid gezegd hebben, die eene opzettelijke insinuatie kon schijnen.
il Hoezeer ik echter ook van mijne feilbaarheid overtuigd ben, hoe
i levendig ik ook gevoel, dat mijne leesboeken op verre na niet aan het
li ideaal, ook niet aan mijn ideaal beantwoorden, -­- naar alle aanmerkin-
gen geluisterd heb ik niet. Soms ben ik inderdaad zoo stout geweest, eigen
j smaak en inzicht te volgen. Want de gemaakte opmerkingen waren
j soms al van zeer zonderlingen aard. Voor den aandrang, om in het
+ keurige schetsje van Andersen: ,,De m uiz enbruil o f t" toch den demo- j
2 raliseerenden(!)zin: ,,En zij kusten elkaar voor ieders oogen"
te schrappen, ben ik eindelijk bezweken: in de latere drukken kussen
de muizen elkaar niet meer, maar staan alleen naast elkaar in eene
' uitgeholde kaaskorst. Doch voor meer toegevendheid ben ik helaas
i onvatbaar. Vaak zijn de randglossen, die deze of gene zich verwaar-
digde op de leeslesjes te maken al te dwaas, en weet ik nauwelijks, ot
i ik mij moet bedroeven, dan wel zal lachen over zooveel onnoozelheid.
ä Een ,,rustend hoofdonderwijzer" -­ het is de heer Hemkes niet -
. komt mij dezer dagen vertellen, dat ik de groote honden verkeerd
` V laat blaffen, aangezien deze woe, woe! zeggen. Slechts de kleine
blaffen waa, waa/! Het zij zoo! Als ik eens weer word aange-
blaft - wat niet onmogelijk is - zal ik voortaan tenminste kunnen .
ë weten, of de nijdige hond groot of klein is. Ik neem dus de belang-
rijke mededeeling voor notificatie aan en laat voorts den ouden man
in zijne rust blijven. Zelfs de heer Vorsterman van Oyen, die wel
zoo vriendelijk is, den inhoud mijner leesboeken ,,mooi" te noemen,
komt in zijn weekblad ,,Vo o r uit!" met merkwaardige mededeelin-
gen als deze voor den dag: vpikzwart, beter gilzwart; ganse/z het
jaar moet zijn ke! ganse/ze jaar; öoosaarzizgre spec/zt: de specht is
niet boosaardig, maar naiizg, enz." Hoe zal men iemand noemen,
- die beweert, dat men niet mag zeggen, dat een jongen met zäne
l .