HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 59

JPEG (Deze pagina), 961.41 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

V { { ’ Y-è- "‘·*"""" ·

, 57
I Dat vraagt de Heer Hemkes. Zijne woorden houden in, dat wij
{ beiden dom zijn, hij zoowel als ik. Maar wie is de domste? Ik meen _‘
E te weten, wat de beteekenis van het stukje is; ze is deze: depot verwät
·' den ketel, dat kä zwart is, zoodat ik in den wedstrijd der domheid
I niet meedoe en den Heer Hemkes den prijs wel moet overlaten.
i Dat komt er van, als men altijdwilvragen: wat leer ik hieruit.
_ 5., Als Andersen nog leefde, maakte ik mij er een feest uit, hem
V de opmerkingen van den Heer Hemkes over zijne Vertelling van de
Maan mee te deelen. Nu kan ik mij alleen het genoegen gunnen,
j het oordeel van den Heer Hemkes nog even over te drukken: ,,Steekt
iw in die lesjes iets naiefs? Zit er eene zedetäke of andere strekking
i in verse/zo/en? lleert het kind daardoor iets? Wie het vatten kan,
` vatte /zet./"
Hij zocht weer op eene verkeerde plaats: my zocht hij, en nu blijkt,
dat hij Andersen gegrepen heeft. Daaruit blijkt 10, hoe nuttig het is,
dat ik niet de namen der vreemde auteurs genoemd heb, wijl dit
· onbevoegde beoordeelaars ,,huiverig" zal maken (het woord is van den
Heer Hemkes l) om te oordeelen , waar hun de zin voor, de geoefendheid
` in het oordeelen over bellettrie ontbreekt; z°, dat de Heer Hemkes niet
I zeer met kinderlitteratuur op de hoogte is: wie kent Andersen niet!
‘ 6. De Heer Hemkes citeert met fouten, die niet in de leeslessen ,
· staan. Zie pag. rr: een os en een ezel twisten met elkander; pag. 8: j
i erbarmd, waar erbarmt staat enz.; terwijl hij dan te kennen geeft: over ‘
de fouten tegen taal en stäl spreken we kier niet. - De lezer leze die l
+ stukjes, en vergete niet, dat in de beruchte lijst, hierboven zoo goed
_ als vernietigd, die z.g. fouten wel besproken worden tot twee drie-
maal toe. ,
I- 7. De Heer Hemkes noemt op pag. voorname Duitsche schrij- E in
vers voor de jeugd en de scholen en noemt daaronder: Hölty, Arndt,
Schiller, Hebel, om er de beschuldiging aan te verbinden , dat ik de
oorspronkelijke werken niet geraadpleegd heb. Nu heb ik wel oor- l
spronkelijke werken geraadpleegd: Nederlandsche, Fransche, Engelsche l
, en Duitsche; maar die kindergeschriften van Schiller, Arndt, Hölty, {
i Hebel, daarvan verzoek ik van den Heer Hemkes Kzn. de titels te i
ontvangen. Hij schijnt ze te kennen, ofschoon ze niet bestaan.
8. a. De Heer Hemkes klaagt op pag. 24 zijner brochure over het
wijzigen van spreekwoorden. Als ik zeg: aankouden doet winnen, of
wie aan/zoudt, moet winnen, behoeft dat nog geen spreekwoord te hee-
(
à
4