HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 55

JPEG (Deze pagina), 929.70 KB

TIFF (Deze pagina), 7.23 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

53 I
' V. I
j
EE ,,Dat deze boekjes nog niet eens deugen voor ik
cacographiën." ‘
g Tot mijn groot geluk ben ik niet in staat, om het tegendeel te be- p
ä wijzen. Ik wil dus gaarne van den Heer Hemkes aannemen, dat mijne , I
I leesboeken voor cacographieën minder geschikt zijn. 1
Uit dankbaarheid voor zijne heusche opmerking, wil ik hem een
j goeden raad aan de hand doen. Als hij nog eens weer ten opzichte
ï van een leesboek met zulke slagersgevoelens wordt bezield en in ’t be-
lang van den veestapel ,,afmaken" noodig keurt, dan geef ik hem in j
overweging met punt V te beginnen. Dat spaart tijd en papier, want
_l_ de vier vorige punten zijn dan ten eenen male overbodig. Als een
maal' boek zóó slecht is, blijft er geen goed haar meer aan.
ïlïaï VI.
i ,,Eindelijk, dat het gebruik dezer boekjes op de open- n
bare, zoowel als op de bijzondere scholen niet kan .
m nalaten een verderfelijken invloed uit te oefenen."
Zoo spreekt de Heer Hemkes ,,met het oog op den eed, door (hem)
___ afgelegd als lid der Commissie van Toezicht op het Lager Onderwijs
Egt in deze gemeente." Men kan deze uiting van ijverige plichtsbetrach- g
Waalf ting niet anders dan roemen. Slechts is het in ’t belang van Nederland
te betreuren, dat de Heer Hemkes niet eerder gesproken heeft. In
zoover die eed daartoe een prikkel was, had hij het eerder kunnen
ams. x doen. Want, hoewel hij eerst sedert ’8o lid van de schoolcommissie te
‘ ·`¤ Haarlem is, heeft hij toch, toen hij ergens in Friesland zitting nam
ä in eene dergelijke commissie, ook reeds moeten zweren. De Heer
Hemkes zal daartegen inbrengen, dat hij immers eerst onlangs kennis
>0ekjc heeft gemaakt met mijne leesboeken. Doch dit is - te laat. Hij had
het eerder moeten doen. Iemand, die van beroep onderwijzer is, later
tot twee malen toe Lid van de Commissie van Toezicht op het Lager
maal V Onderwijs wordt , m o e t weten , welke wijzigingen er komen in de richting
maal: ‘ van dat onderwijs en in zijne leermiddelen. Als zoo iemand, met twee
ä eeden tot wacht voor zijn geweten, eindelijk tot de ontdekking komt,
gs, ­­ 5 dat er lange jaren op honderden scholen een verderfelijk leesboek is
den! I gebruikt, 'twelk den ondergang van taal, godsdienst, zedelijkheid en volks-