HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 49

JPEG (Deze pagina), 933.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.29 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

I
l ‘"
t
Wibbelen. A III, 11. ’t Spijt me, dat ik mij de eer, dat woord uitge-
_ · vonden te hebben niet mag laten geven. Ik vind het zeer gepast (naast
wiebelen) en vond het tot mijne groote teleurstelling blijkens De Jagers
Woordenboek der Frequentatieven reeds door anderen gebruikt. Een {
mensch kan ongelukkig zijn! ä
i Hippen, hippertj e. A III, 15. Reeds vroeger behandeld. (zie pag. 32
dezer brochure.) i
Gesom. B IV, 11. Dit Woord is niet goed, ofschoon het goed kan
. zijn, om het brommend geluid der bijen na te bootsen.
Somden. B V, 65. Moet het woord tweemaal tellen, terwijl de pagina dan toch
niet vol wordt? - Toe maar.- Het Woord somden is nietgoed.
Opschoonen. B III, 59. Vroeger reeds in rekening gebracht. (zie pag.
35 dezer brochure.)
Kwakers (!) : kikvorschen. A III, 15; Kwakertje. B II, 38. Het
woord kwaker weer tweemaal in rekening gebracht. - Als dat woord
van mij is, ~­ och, neen, ’t is niet van mij. De Vries en Te Winkel
hebben het in hunne Woordenlijst. Daar staat eerst kwaaïcsier en later
kwaker. Is dit niet hetzelfde woord, dan neem ik het geheel voor mijne
onbijgestane verantwoording: ik ken geen kenmerkender woord voor
eenen kikvorsch, een beest, dat steeds kwaakt. Wie verstaat het niet?
Die moet nog eens Heije’s liedje van De zeven lcikicerües zingen. Zie ,,
‘ beneden pag. 50 Noot.
bebrommen. B IV, 57. Voor op iemand brommen, kwamen. Ik voeg dit 1 l
_ . er bij, om te bewijzen, dat het bestaan kan. Het is immers evenzoo l
gevormd als beïmowen. Ik verwijs naar de opmerkingen van Prof. De
Vries over de samengestelde woorden (zie pag. 50 dezer brochure) en
ben zoo vrij te vragen, of men het niet evengoed verstaat als beknorren
E en of het niet langs denzelfden weg overeenkomstig ons taaleigen
` gevormd is. Arme Multatuli, die zooveel duidelijke woorden gevormd
hebt, - zoo gij eens in handen vielt van den Heer Hemkes! E
Wirrelen. A V, 9. Een gezond, overeenkomstig ons taaleigen gevormd
j woord, als makker van wawelen. Maar ’t schijnt, helaas, niet te deugen;
V dat zeg ik niet om mij, maar om het woord. 7V’iz•z·eZen deugt niet. (
ll Flunderaar A V, 34. Dit karakteristieke woord, dat zoo eigenaardig ,
noemt iemand, die zorgeloos en lichtzinnig overal rondfladdert en
ronddartelt, -­ schijnt geen Nederlander te zijn. -- Ik heb het van
Goeverneur overgenomen, en hem heeft men er nooit lastig over gevallen. *
Om kort te gaan: het woord jiunderaar deugt niet l
We zien terug op het voorafgaande. De hoofdsom, die straks zal opge-
maakt worden, moet worden vermeerderd met het getal 4. De lezer zie
i' goed toe, of ik me ook vertel. Vier z.g. Leopoldiaansche woorden op
845 pagina’s druks.