HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 43

JPEG (Deze pagina), 963.13 KB

TIFF (Deze pagina), 7.23 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

l 41
j ‘ nu Heer voorgesteld? Ik ook niet. Maar ik meen, dat men den wind zich N
V zelven wel voor kon stellen als eenen Heer, als eenen Graaf - en ­
dat de naam van zoo’n Heer en zoo’n Graaf wel kon luiden: Van
·‘ __ Noord, Van Oost. En dat vind ik niemendal ,,Duitsch", wat de Heer ä
Hemkes wel doet.
1 61. de menschenfamilie heeft natuurlijk de geheele fabriek
1 ingericht. A V, 54. Blijkens het Nederlandsch van den Heer F
Hemkes naast mijn Onnederlandsch, begrijpt hij er niets van. Ik zal
_hem helpen. In het verhaal zegt eene musoh babbelende in hare
hooge wijsheid: ,,Ja, dat zal allemaal wel waar zijn!" meende een l
I klein vrouwtje, dat langen tijd rondgetrippeld en gepiept had, zonder ·
iets te zeggen, ,,allemaal waar, en in den grond van de zaak ben ik het
met u eens; maar, ziet ge, ik heb in de stad eenige geriefelijkheden .
gevonden, die ik buiten zeker zal moeten missen. Hier in de nabijheid _
' namelijk woont eene menschenfamtlie" - (dat is dus eene familie van V
menschen, niet van mnsschen) die den zeer vernuftigen inval gekregen
heeft, drie bloempotten aan den muur te bevestigen, enz. enz. Daar
hebben mijn man en ik ons ,,thuis" en al onze kinder zijn van daar
uitgevlogen. De menschenfarntlie heeft natuurlijk de geheele fabriek
ingericht, alleen om ’t genoegen te hebben, ons te zien, enz. enz. · I
E Uit den geheelen toon van ’t stukje (die toon is door de eenvoudige
· aanhaling van het enkele zinnetje geheel verloren gegaan) is duidelijk, p
dat het woord fabriek, in ’t algemeen eene inrichting, in den mond {
l van een babbelend, wijs vrouwtje met toepassing op die bloempotten
. niet misplaatst is. De lezer oordeele. j
62. De landbouwer, met groote, dikke vnisthandsohoenen
gewapend. A V, 54. De Heer Hemkes teekent aan: ,,De land-
bouwer van groote, dikke wanten voorzien (vnisthandschoenen is gewes-
telijk)". - Kan zoo’n handschoen geen wapen zijn tegen de koude? j
Ik moet voor de zooveelste maal weer klagen over het gebrek aan gevoel _Q
voor taalüguren. Zou de fantasie van den Heer Hemkes in zijne jeugd n
` wel genoeg ontwikkeld zijn?
Wa.t wanten en vnlsthandsohoenen aangaat, verwijs ik naar Van j
Dale op het woord vnlsthandsohoen en - want. Dit woord moge dus
,,bij ons" (men versta may goed: d. i. bij de Heer Hemkes c. s.) niet in I
gebruik zijn -­ in Nederland is dit wel het geval. I
j 63. daarbij waren ze spits in ’t gezicht. B V, 6. Aanmerking: , t
1 ,,heeft de tulp een gezicht of gelaat ?" - Neen - eenen mensche- · j
lijken neus heb ik aan eene bloem nooit opgemerkt; - wangen?
neen. Ik heb haar nooit den neus zien snuiten. Maar lachen? -
N ja, dat zou toch kunnen - als men van zoo’n bloem` een persoontje
kon maken, geholpen door een beetje fantasie. En boos kijken, en
strengv en stug zijn! En hekelend uitzien, alsof ze ons te lijf wil, dat
zou nog wel eens van eene tulp kunnen gezegd worden. En een kind,
• .
E ` .
il,