HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 39

JPEG (Deze pagina), 944.35 KB

TIFF (Deze pagina), 7.20 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

Y e
·‘ 37
{
· ,,Dat (is) wel hard voor mij !" zeg ik met Piet Paaltjens. Het woord wel is
I dus eene versterking van zoo mooi! Zie Van Dale op zoo.
ij 40. dat deze de menschen soms bijt en door haren giftigen
j · steek ziek maakt. A IV, 35. - De spin steekt niet. Het l
woord steekt is dus verkeerd.
41. tegen den ruwen, forschen wind. B IV, 5. Moet dit sterke
wind zijn? Mag ik verwijzen naar de leesles? - ,,Aehter in den tuin
stond een oude muur. Wie hem voor ’t eerst zag, moest wel zeggen: i
V,,’t is een wonder, dat hij nog niet omviel." En toch was het geen ,
wonder. Want toen de boomen, die aan den muur stonden, jong en {
zwak waren, had deze ze beschermd tegen den ruwen, forschen wind,
en nu de muur oud en zwak was, steunden de krachtige boomen den
T muur." Muur, boomen, wind, alle meer of min duidelijk als personen
gedacht. ­ En kan ik mij eene krachtige persoonlijkheid niet als
forsch voorstellen? - Mag ik ook 0. a. verwijzen naar de regels van il
Bellamy (Onweder): ,,Als hij , gewapend met zijn’ bliksem, Zijn fovsche
orkanen ment ?" j
42. in het water zwemmen ontelbare mugjes en kevers. B IV,
10. ,,Voorzoover ik weet," zegt de Heer Hemkes, ,,zwemmen muggen
en kevers niet." - Dan gaat ’s Heeren Hemkes weten niet ver ge-
noeg. Hij zie na in eene Natuurlijke Historie (en wat kevers betreft,
i desnoods in Van Dale, op zwemleever). Dan zal hem blijken, dat in
ä stilstaand water vele kevers en muggen (steekmuggen - in de gedaante 1
( van eene pop; - maar het beest heet toch steekmug) rondzwemmen.
` 43. een wormpje, dat onvoorzichtig uit het slijk naar buiten i
` keek. B IV, 11. ,,Kras," zegt de Heer Hemkes. Niemendal kras!
I Als het wormpje den kop uit den grond steekt, kijkt het niet wevlcelijk Q
uit; maar een kind stelt zich dat even zoo goed voor, als het witlcüken g
van het handje, wanneer dit bij ’t kleeden uit het mouwtje komt.
44. onder in het nest schuilen de eieren. B IV, 11. Onder in i
het betrekkelijk diepe nest van den rietzanger, wel te verstaan. Was
gj, het nest vlak, dan zou men niet van schuilen kunnen spreken. Nu
zijn de eieren minder zichtbaar en meer beschermd tegen gevaren.
Daarmee is het eigenaardig gebruik van schuilen in ’t verband van
den zin opgehelderd.
45. Ik ben van aard maar koud. B IV, 11 Over maar en andere
modale woorden beneden meer, waar de Heer Hemkes den zin nog
éénmaal (1 -|­ 1 : 2) geplaatst heeft. Het woord maar heeft hier Q
iets verkleinends en daardoor iets vevgoelijkends in zijne beteekenis.
46. en moedeloos zich zelven vroeg. B IV, 12. In het stukje staat: i
,,Het boompje werd ziek en begon te kwijnen: ..... Dat speet het 1
kind zeer en treurig plukte het de verdorde bladeren van den boom, t
en het wist geen raad. - Eens echter, toen het weer eenige doode g
' bladeren had weggenomen en moedeloos zich zelven vroeg: wat zal,

ë