HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 38

JPEG (Deze pagina), 916.10 KB

TIFF (Deze pagina), 7.20 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

36
, 33. en de ezel begon inwendig te lachen. A IV, 19. Ik heb eene ·
‘ uitdrukking gekozen, die nog krachtiger zegt, dat het lachen voor I
het oog onwaarneembaar is, dan b.v. de spreekwijze: hij lachte in zijn ll
vuistje. Zegt Van Rijswijck: ik lijd zoo inwendig, - ik heb aan een j ‘
vreugdegevoel gedacht, dat zich niet naar buiten (uitwendig) vertoonde. ­­-
Ik geloof, dat daarmee de uitdrukking (zooals die voorkomt in de
, leesles) volkomen verklaard is.
( 34. een schip lag dicht bij huis voor anker. A IV, 25. Men leze
de vertelling. De onder den invloed van Klaas Vaak droomende jon-
gen staat bij het venster, natuurlijk van het huis zijner ouders. Wat
hij zag, was eene zee van water. Dicht by huis lag een schip voor
anker. De schrijver denkt met den jongen mee. Moet daar nu staan:
,,dicht bij het huis zijner ouders"? gelijk de Heer Hemkes wil? Er T
is maar van één huis in deze en in de vorige vertellingen sprake, het
huis, waarin de jongen woonde.
35. hij hipte uit het hok op het dek. A IV, 27. Dat is de tweede
maal, dat op dit woord wordt gewezen. (Zie boven: No. 8).
36. Daar laat mij maar voor zorgen. A IV, 27. ­- De Heer Hemkes
wil lezen: ,,Laat mij er maar voor zorgen." - Zie de leesles: ,,Maar
hoe kan ik door een klein muizengaatje onder den vloer komen ?" vroeg
Antoon. ­- ,,Daar laat mij maar voor zorgen," zei Klaas Vaak. --
l Mag het woordje er niet versterkt worden tot daar? Mag het woordje j
daar niet versterkt worden, door het vóóraan te plaatsen? -- Heeft E
de Heer Hemkes den zin niet begrepen? (
37. alle kleine muize­dames en ­- gniffelden. A IV, 28. Op de {V
bruiloft waren natuurlijk dames en heeren. Maar dit waren dames, die
eigenlijk muizen waren (zie het verhaal). De Heer Hemkes zal deze ,
samenstelling natuurlijk niet in een Woordenboek vinden, evenmin als
vele andere samenstellingen, die slechts op een- bepaald oogenblik
dienst doen. Als ik zeg: hij heeft een ,,b0kkenatuui·" dan kan die
samenstelling op een gegeven ocgenblile zeer passend zijn, maar daarom
zal men ze nog niet dadelijk in een Woordenboek plaatsen. (Zie ook _j'
De Vries Inleiding tot het Woordenboek). Wat gniffelen betreft, dat
als vele andere woorden gewestelüh hcct, ik moet den schrijver ver-
wijzen naar de Woordenlijst van De Vries en Te Winkel (laatsten
druk).
38. Ze waren heel blij en keken heel deftig in ’t rond. A IV,28.
,,Nonsens", zegt de Heer Hemkes. Toch niet, als men maar goed wil
lezen. De muizen zouden trouwen (zie het verhaal) en waren blij: een
feest wachtte haar. Maar tegelijk ook waren ze met de eer, haar
( ' bewezen, eenigszins verlegen, en zetten daarom een deftig gezicht,
gelijk zoovele jongelui doen, die de gelukwenschen ontvangen op eene
receptie.
39. ’t was wel zoo mooi! A IV, 28. - Moet dit ,,o zoo mooi" zijn? - '
r