HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 37

JPEG (Deze pagina), 936.01 KB

TIFF (Deze pagina), 7.18 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

ïï 35 V
Z 24. loopen had ze haast niet gekund. B III, 45. De Heer Hemkes A
6 zegt: ,,Ze had haast niet kunnen loopen (zie Van Dale)." ­- Hij moet i
jj Van Dale nog eens goed nalezen, - ’k hoop, dat ’t overal zal .
l doen, waar ik dien schrijver kortheidshalve aanhaal. - Ten eerste ,
+ geeft Van Dale het deelwoord gekund. Later keurt hy het deelwoord
gekund af, maar zeer duidelijk in zinnen als deze: ze had haast niet
kunnen loopen. In zoo’n zin schrijf ik ook kunnen. Maar hoe zou
Van Dale bovenstaanden zin schrijven? Loopen had ze haast niet
·kunnen? -­ In dien zin moet gekund staan. Loopen is hier geheel
` zelfstandig naamwoord geworden.
L 25. geen lachje had er afgeknnd. B III, 46. De Heer Hemkes lee1·t:
,,Ze had in ’t geheel niet gelachen." Hij is dus zoo vrij, het gevolg
voor de oorzaak te nemen. Zoo als hij wil, is ’t anders. Maar beter? -
Zie Woordenboek van De Vries c. s. I kolom 837.
26. we moesten ons wintervertrek eens opschoonen. B III, 59.
Dit woord moet schoonen (zie Van Dale) zijn. Het Woord op-
schoonen is verkeerd. V
27. zetten ze me met drie houtjes een zwaren baksteen omhoog.
A IV, 5. Moet dit ,,omhoog" op zijn? Zie Woordenboek van De Vries
c. s. Tweede reeks kolom 284. - Stel, dat eene ladder op den grond
` ” ligt, kan men dan niet beide zeggen: zet de ladder op en omhoog? {
28. klappertandend van honger. A IV, 14. Als kou, zelfs koorts,
, een gevolg van honger en ontbering kan zijn, zie ik niet in, waarom A
het kind op dien Oudejaarsavond niet klappertanden kon.
, 29. smaakte het eten hem bitter. A IV, 17. Zou het eten iemand
X ook zoet (aangenaam) kunnen smaken? En is het tegendeel van zoet
V ook niet bitter?
30. spant hij uit (regenscherm) A IV, 23. De Heer Hemkes wil
` lezen: Zet of steekt hij op. In de leesles staat: (Klaas Vaak) ,,spant
1 eene paraplu, met de allerschoonste kleuren beschilderd, uit boven de
I goede kinderen en dan droomen ze den ganschen nacht de schoonste
·­ gesohiedenissen." ’t Komt mij voor, dat de Heer Hemkes wee1· oorzaak
_ en gevolg verwart: door het opsteken wordt het doek boven de kin-
, i deren uitgespannen. _Hij denke maar aan het doek van eene veldtent.
31. dan draait hij de deurgopen. A IV, 23. Moet dat wezen: ,,dan
A· opent hü de deur"? Door de kruk om te draaien, door draaien dus,
” gaat de deur open, gelijk ze open kan gaan door stooten (openstooten),
of door breken (openbreken).
32. en daar staat heelemaal niets op, (pleonasme.) A IV, 23. Geen “
pleonasme! Ik bedoel werkelijk eene versterking van niets, gelijk men A
zegt: ,,ik heb hem heelemaal niets van de zaak gezegd, - de iiesch '
is heelemaal vol. Twijfelt de Heer Hemkes misschien ook aan den
Nederlandschen aard van heelemaal, hij sla op de Woordenlijst van De A
_ Vries en Te Winkel (laatsten druk.)
a* j
r
l
[ .