HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 27

JPEG (Deze pagina), 933.10 KB

TIFF (Deze pagina), 7.18 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

ä
e
i 25
i l
; 20. gedachteloos. B III, 23. Zie Woo1·denboek van De Vries c. s., 1
A Derde reeks, kol. 571. IJ
Y 21. heengezet. B III, 29. Ofschoon Sicherer en Akveld dit woord ge-
bruiken voor neergezet, zeg ik toch vooreerst maar: Dit w00rd is V
O cen gcrmunisme.
22. heengedragen. B III, 28. Lees het lesje. De schoenen zeggen, dat j
ze den jongen overal heengedragen hebben. Wat is nu tegen heen- {
. dragen naast heenbrengen. Op deze plaats (let wel!) moet dat dragen
uitkomen: de schoenen dragen den jongen.
23. vooraan. B III, 28. Zie het leeslesje: ,,Ik moet altijd vooraan gaan en
· u den weg w§zen," zegt de eene laars tegen den anderen. Is dat
O ,,vooruitloopen," gelijk de Heer Hemkes meent? Hü sla na: Woorden- j
I - boek van De Vries c. s., I, kol. 54, 35); en I, kol. 51. l
24. lustig. B III, 30. Daar staat: ,,het lustige kwikstaartje." Zie Van Dale.
E 25. aarde. B III 31. Daar staat: ,,Waarom zijn we ook zoo vroeg uit de
A aarde gekropen?" (De Heer wil ; grond). Er is sprake van bloempjes.
Zie Van Dale, en Heije’s Volksdichten: Op een lentedag: ,,De kruidjes {
uit’er aarde. . ." enz. Wat lokte U ,,uit’er aarde." De Heer Hemkes
kan nu dit woord evenals bijna alle andere in de hoedanigheid van ger-
manisme ter aarde bestellen (of ten gronde ?). j
,t, _ 26. ladderwagen. B III, 41. Zie Van Dale. Is een ,,boerenwagen" vol- .
j gens den Heer Hemkes hetzelfde? ‘ ï
’ 27. zandwagen. B III, 41. Zie Van Dale. j
. 28. uit loutere vreugde. B III, 43. Zie Weiland op louter. Heije: ,,ze
j zün van louter wüsheid mal".
i 29. appelhof. B III, 58. Van Dale geeft op: boornhof voor boomgaard. Ik l
X heb daarom geen reden, spijt te hebben van het gebruik van het_ ri
, woord appelhoiï Het woord appelboorngaarcl, dat de Heer Hemkes op- ~,
geeft, is in de gemeenzame schrijftaal een onmogelijk woord. ‘k Zou
‘ hem dan appelbongerrl aanbevelen. Zie bovendien p. 50 dezer brochure.
30. mensehlui. A IV, 5. Men leze nauwkeurig het lesje:
tx n De slimme muis.
` Eene muis kwam uit haren schuilhoek en zag eene val. ,,Aha!" zeide j
j ze, ,,heb ik jou daar? Die looze, slimme rnenschlni /" daar zetten ze, enz. F,
’ Dat dikke woord rnenschlui past geheel in den mond van het dartele, Q
overmoedige, grootsprekende muisje, dat deftig over de menschen rede-
neert - waarom ik het dan ook gekozen heb. Wat kon mü anders.
bewogen hebben, het gewone menschen niet te kiezen? ’t Komt na-
tuurlijk evenmin in een woordenboek voor, als b.v. de heele reeks. V
van schertsend gevormde woorden en uitdrukkingen, waarover Dr. Bis-
· · ' schop in den Taalgids (Deel I, p. 33 en 235) handelt. Een Duitsch vl
woord Menschleute, dat de Heer Hemkes opgeeft, bestaat niet. - ’t Is
anders wel aardig gevonden, er spreekt vernuft uit. {
31. voer-voort. A IV, 5. Zie Van Dale. =
U
êji