HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 26

JPEG (Deze pagina), 884.08 KB

TIFF (Deze pagina), 7.18 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

24 l
E en Te Winkel. Het woord is meestal verbonden met andere woorden, .
maar niet altijd. il
11. twijg. A III, 31. Zie Van Dale. j
12. de ooievaarmoeder. A III, 24. De lezer wordt verzocht,dit lesje na te
zien. Het geheele stukje door wordt gesproken van eenen ooievaar, die ‘
i moeder is en die (’t is de bekende geschiedenis, welke S. J. van den
Bergh in Delft plaatst) toont, werkelijk eene moeder te zijn. Hü zal
dan in ’t verband met het geheel de afwisseling van moeder­ooievaar ~
met 0oievaar­moeder goedkeuren. Spreekt men ook niet b.v. van
beeroom? Het woord wijfjes­ooievaar, dat Hemkes aanbeveelt, is daar
geheel misplaatst. ü ·
­ 13. hupten (waar?). Zie De Jager, Woordenboek der Frequentatieven, kol. _,
240, en de daar aangehaalde plaatsen uit Bilderdijk, Bogaers, Schimmel. I ·
14. gemaakt (de lente) B III, 5. Men leze het stukje, om ’t gebruik der _
woorden goed te begrüpen. Vol verrassing valt het kind neer op de
knieën en roept: ,,Vader, vader, dat heeft de lente gemaakt." De lente A
is op dat oogenblik een persoon, die voor ’t kind iets gemaakt heeft -
een lief bloemgye. De lente kan toch zeker geen lief bloempje gedaan (!)
hebben, gelijk de Heer Hemkes wil? Eenige regels verder staat, als
de verrassing voorbij is: ,,Ja, dat had de lente gedaan." Dat wijst `
v hier op het maken van eene bloem, in het eerste geval op die bloem (t, _
I alleen.
15. gaarne mogen wonen. B III, 9. In het lesje staat: ,,’t Bevalt mij `
I hier uitstekend: ’k zou hier gaarne mogen wonen." Vergelijk Van Dale: ­
,,ik mag dat wel zien, en: ik mag dat wel lijden", en plaats deze 5.
zinnen in den conditionalis.
16. bloemstoil B III, 11. Zie Van Dale. Ofschoon Van Dale dit woord als A
echt Nederlandsch opgeeft, ­- zal ik het bü eenen herdruk veranderen à
in stuifmeel, niet omdat ik het als germanisme beschouw, maar omdat (Q,
het woord stuifmeel in de wetenschap het meest gebruikt wordt. l
17. doorzichtig. B III, 11. Zie het leeslesje. Dr. M. Salverda spreekt in
züne beschrijving der bij , (Handleiding bij de beoefening van de Kennis tx
der Natuur) van ,,glasheldere vleugels." Ik vraag, zou men om het
doorschijnende der vleugels sterk te teekenen, niet mogen spreken van
doorzichtige vleugels? De Heer H. voelt toch wel het verschil tusschen ’
doorzichtig en doorschünend?
j 18. dapper arbeidde. B III, 20. De Heer Hemkes wil deze woorden
vervangen door het zwakke woord trachtte. Zie Weiland, die naast g
arbeiden plaatst: ,,zijne krachten inspannen, gebruik van zijne krachten
maken."
19. wand. B III, 20. Op die plaats staat: ,,Aan den wand stonden wel ‘ · I
duizend boeken op planken." Of het juist een muur was, gelijk de
Heer Hemkes den lezer wil diets maken, weet ik niet. Wel, dat wand
een zeer echt Nederlandsch woord is. Zie desnoods Van Dale.
U

L .