HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 22

JPEG (Deze pagina), 922.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.23 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

· l
2° ze
' l
è ,,Zou naar aanleiding van niet beter zijn", vraagt de Heer H. zeer
i vriendelijk. i
,,Zou dat nauwgezet herzien niet in verband hebben gesiaan met 1
die wenken en raadgevingen P" - vraag ik zonder glimlach, omdat ‘
I ik naar de waarheid vraag en niemand door een vriendelijken toon
, . eene onwaarheid wil opdringen. -­- De Heer Hemkes antwoorde eerst,
i voordat ik antwoord geef op zijne onvaste vraag: zen dat niet beter zijn?
3. ,,Praez‘isehe ervaring. ,,Is ervaring niet altijd practisch ?" vraagt s _.
E de Heer Hemkes. - Ik antwoord: de uitdrukking praelzlïehe ervaring ,
is een vaste, algemeen gebruikte term. Dit zou voldoende zijn ; maar •l
g als hij er prijs op stelt, dien term toegelicht te zien, dan leze hij het
volgende: Ervaring is in het algemeen iets wat men in het leven
p opdoet, wat men ervaart. Nu kan er eene ervaring zijn, Zädelä/2 op-
? gedaan, en eene, die een gevolg is van eigen handelen. De laatste heb H
il ik bedoeld: ik meende bepaald de ervaring, door de onderwijzers bij I
g hun handelen, in hunne praeiäh verkregen.
4. Veer de algemeene strekking verwijs ik dringend" De Heer `
Hemkes zegt: ,,./langaande en ene! nadruk, zou, dunkt mij, beter
‘ zijn." - Hij zie het artikel van Van Dale op veer, en denke na over
het door dien taalkundige gegeven voorbeeld: ,,ik veer mij, dat is wat ii
nzä betreft. Daaruit zal hem blijken, dat veer beteekenen kan: wa! `
j betreft. ç
lï Wat dringend aangaat, beteekent dit niet met aandrang? pl
i
Uit het bovenstaande is nu gebleken, hoe en met welke bekwaam- i'
1 heid de Heer Hemkes fealen aanduidt en hoe hij zijn recht toti
apodictisch afkeuren bewijst {,,als sprekende tot verstandigen", gelijk L
hij zegt). Is het een wonder, dat de eigenlijke, g1‘00te lijst van iin
j` fouten, die den argeloozen lezer, welke niet enephendeläh naar be- li
zeäzen vraag! en niet ïeeerd veer zveerd in de leesboeken naslaat en
in het rechte verband leest, laag, zeer laag op mijne leesboeken doet
neerzien, dat die greeie lijst van fouten inkrimpen moet tot een zeer ,r
ë klein lijstje? - We zullen zoo meteen zien. Ik zal daarbij de be-
·; leefdheid hebben, zelf te bezeäzen, welke zeeerden en uildrnhhingen `·
enz. werkelijk goed zijn, omdat de Heer Hemkes de envriendelähhezd
had, zijne categorische uitspraken met geen enkel schijntje van bewijs
te voorzien. ,,Een lijvig boekdeel" zal di? geschrift daardoor niet worden,
` gelijk de Heer H. vreesde van zäne brochure, als hij zijne aanmer-
6 .
l Y . ` ` l " ii _,