HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 15

JPEG (Deze pagina), 961.50 KB

TIFF (Deze pagina), 7.34 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

l 13 _,
i dat andere menschen ook smaak hebben, en dat hun smaak wel eens
niet met den zijne kon overeenstemmen. Wanneer hij een of ander
schetsje laf en nietig scheldt, beteekent dat natuurlijk slechts, dat hij .
het zoo vindt, niet dat het ook zoo is. Ik heb mij afgevraagd, wat
‘ A dezen oud­onderwijzer het recht geeft, zoo ex cal/mira over de letter-
kundige en taalkundige waarde van proza en poezie den staf te breken
il en te wanen, dat eene meening van hem zonder bewijs geldig zou zijn. I
Wat heeft hij in zijn lang leven gedaan, dat van smaak en taalkennis l
V_ getuigt? Het. antwoord kan ik niet vinden. De verdienste van den ,
Heer Hemkes ligt stellig niet hier.
Slechts in één opzicht heb ik den Schrijver bewonderd. Het was,
xy toen ik het volgende zag: ,,Wij hebben hier ,,Dauwdroppels" B. Lees l
j eens, als ge lust hebt, de lesjes op blz. SI en drie volgende bladzijden. `
Is de inhoud niet zeer onbeduidend? Meent men nu inderdaad, dat
l kinderen van zulken kost gediend zijn? Dan hebt ge het bepaald l
H mis!"­­­Hoe weet hij dat toch zoo zeker, vroeg ik mij af ; hij heeft de
boekjes nooit zelf in school gebruikt. Zoolang ik de proef niet genomen
H heb, kan ik alleen vermoeden, hoe het oordeel van de kinderen zal p A
uitvallen. -­- Gelukkig weet ik nu, tot wien ik mij wenden moet, om
I gewaar te worden, hoe een kind denkt. Ik hoop, dat de Heer Hemkes
in het belang van Nederland mij met zijn advies zal willen voorlichten, j
p totdat de tijd komt, waarop de jaren misschien ook mijnen geest
( inniger vertrouwd zullen maken met de denkwijze eens kinds. ¥
H II. l
,,De vreemde herkomst van den inhoud tot de j
plaatjes toe."
A Als de Schrijver op blz. 17 zijner brochure zegt: ,,Aan de vreemde E
herkomst van bijna alles, wat in deze leesboeken van den schrijver
{ zelf schijnt te zijn, bestaat hoegenaamd geen twijfel," dan spreekt hij j
= · onwaarheid en ik tart hem, het bewijs te leveren. Dat ik veel van "
vreemden bodem overgeplant heb, is waar; ik heb het nooit onder `H
stoelen en banken gestoken en in het begin meer dan eens openlijk
uitgesproken. Waar ik elders iets schoons en bruikbaars vond, dat á,
, onze kinderlitteratuur niet of niet zoo goed had, daar heb ik het
genomen en onzen landgenooten aangeboden. En ik zal het weerdoen
; ook, nu ik gezien heb, met hoeveel waardeering het is aanvaard.
­ Vraagt iemand, waarom ik de namen der buitenlandsche auteurs niet _
vermeld heb, dan antwoord ik hem 1°, dat ik zeer vele overgenomen
. 1
l
i j I