HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 14

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 7.34 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

iig ‘
ïi j
JT 12
l omierwäs voor te bereizz’en.. Uit dit verzoek van eenen deskundige
· blijkt, dunkt mij, dat hij het in dit opzicht niet geheel en al met den
‘ Heer Hemkes eens is.
E Ook wat den smaak betreft, harmoniëeren de Heer Hemkes en ik pi
( niet al te best. Daar is niets aan te doen. De meeste stukjes zijn
i ,,ilauw", ,,onwaar", ,,laf, misselijk en nietig". Het ,,Houtrapertje" naar
V. Loveling is ,,min van waardij", ,,slordig van stoffeering" en ,,luttel
f van strekking" - alles volgens den Heer Hemkes. Het spijt mij om (
` den man, en het zal wel niet meer veranderen. Er is één geluk bij: ‘,
ï --
i'; bedoeling om te leeren, die, eens gevat, overal doorlicht, deed den leermeester
naar een verhaaltje zoeken, dat als kapstok voor de moraal kon dienen. Tien
li tegen een, dat dan ook niet het gezochte merkbaar is, - slechts minder, 3
naarmate het vinden gelukkiger geweest is. Het grootste gebrek is dienten­ (
gevolge eene verbazende onnatuurlijkheid, die inzonderheid in de karakter-
L teekening van de kinderen in een schel licht treedt: de kinderen praten en
J, handelen, zooals geen kind praat en handelt; er worden omstandigheden bij i
l de haren aangesleurd even abnormaal als de kinderen, die eigenlijk geene
natuurlijke wezens zijn, maar altijd de verkleede catechiseermeester zelf, die _
met een allerliefst suikerzoet lachje eens kindje speelt, en daarbij met de
lt- rokslippen te bete1· hemelwaarts wijst, naarmate hij zich wel heeft willen
Y verwaardigen, dieper te bukken. Dat het kind het amusante van deze ave-
‘2 rechtsche vingerwijzing niet altijd gevoelt, hebben wij trachten te verklaren, "
Q maar zoo het dit merkt: ­- arme meester! arme moraal! gij zijt in discrediet.
De bloemen vallen van uwen bloeienden tooverstaf: een zwarte stok blijft
tg over. Gij wildet leeren? -­ juist daarom doet gij het niet. Gij zoekt ons
ä al het voordeel der deugd [zie b.v. Jaapje Pet af in Mosroosjes*)] of het
» afgrijslijk noodlottige der ondeugd (’t Vogelnestje in Klokjes) bijeen; ’t helpt
" u niet, wij erkennen u juist daaraan.
_! Wat u uwe grootste kraeht scheen, is uwe zwakheid; wij trachten op alle
t wijzen aan uwe motieven te ontknijpen. Zal ik beleefd zijn, omdat (in een _
ej boekje!) een jongen rijk door werd; zal ik geen nestjes uithalen, omdat
jr (in een boekje!) eens een jongen daarbij in een hollen boom viel en zijn
(I leven verloor? Een knaap van de cwmenschool alhier (God zegene de instand­ ,
pï houders van naam en zaak!) heeft onlangs daarvan de volgende critiek
jè geleverd: Meester, ik schop er eerst met den klomp tegen! ~-
Het duidelijkst komt wel de ware natuur van den zedenmeester aan ’t licht,
waar er sprake is van kleine fouten en gebreken, die echter met een deftigen
ernst behandeld worden, alsof het de zonden van Babylon gold, en dezelfde
'I uitwerking hebben als b. v. een treurspel over den snoeplust (Zie sommige i
j schetsjes van O. Schmidt, M. van Heijningen Bosch en P. J. Andriessen).
ii Zij moeten aan het levende woord van den opvoeder overgelaten worden."
va *) Reeds lang uit dat boekje verdwenen. L. L.
. ä,
1 l