HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 13

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 7.25 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

. z
Q 11
uit aan, om hem te doen begrijpen, dat de nieuwere richting in het I
leesonderwijs wel den ouden boeken, maar niet der moraal de deur l j
heeft gewezen. Van Heyningen Bosch - hoe goed ook zijne bedoe- .
I lingen en hoe groot ook zijne verdiensten voor dien tijd waren - is
_ ' gegaan, maar de moraal is gebleven. Doch in anderen vorm. -
Eer ik dit punt laat varen, wil ik den Heer Hemkes nog iets mee- i ,
deelen, waarover hij verbaasd zal staan. Y
ri Voor eenige jaren richtte een geacht predikant uit Gelderland eerst
,, per brief en later in persoon tot de firma Wolters het verzoek, om uit
{j mijne leesboeken eene bloemlezing te mogen samenstellen, ten einde
aan zijne jongste catechisanten in handen te geven en zoo als goed
paedagoog door eene aamc/z0zzweZäke zedeleer z‘0z‘ een meer redeneererm
--- u
` l
niettegenstaande was zij in de leesboeken der jeugd krachtig vertegenwoor­ V j
V l digd, daar de loifelijke bedoeling, op het zedelijk leven te werken, het
schoone in de schaduw van het nut (kleine N) had geplaatst. Doch ik geloof, l
dat zelfs nog tegenwoordig eene min nauwkeurige onderscheiding objectieve l
· schetsjes in ons aesthetisch leesboek heeft laten binnensluipen; de gelukkige {
vo1·m kan soms bedriegelijk zijn. Het moet echter voor de eer van ’t gezond
verstand en den natuurlijken smaak des kinds gezegd worden, dat dergelijke °
stukjes, waarbij de schrijver eene leerzame gedachte in een samengeflanst
verhaaltje half heeft bestopt, door hem leelijk worden gevonden, wat pedant j
en wat vaderlijk. Zijne üjne voelhorens merken reeds op eenen afstand de
bedoeling, deze schijnt hem natuurlük vijandig; want zij krenkt zijn gevoel i
van vrijheid en eer en is dus in zijn gemoed niet toegankelijk. Op die wijze j
bereikt men juist het tegengestelde, van wat men zich had voorgesteld. Het
moge ons tot eene leering zijn, dat de preelcende zendelingen bijna overal de
harten der heidenen voor het christendom hebben vergrendeld en niet ont- D
sloten. ­- Het kind leest echter die verhaaltjes, en met een zeker pleizier ,
zelfs, zal men aanmerken. Het is waar, want ieder verhaaltje doet het Zeven, _§
l en juist het tragische der ondeugden trekt het aan. De Vader­Jakobs en j
iv de Moeder­Anna’s, die zeer bepaald tot de objectieve soort behooren, hebben l
j hun lang bestaan aan de bedriegelijkheid van den vorm te danken, waardoor
., zij bij gebrek aan iets beters in trek bleven bij het kind, en aan de groote i
nuttigheid, die men waande daarin te zien." - - ‘
,,Ik spreek van boekjes of schetsjes, waaraan achtingswaarde onderwijzers l
en schrijvers van naam, binnen- en buitenlandsche, hunne krachten besteed ‘
hebben, doch die ongelukkiger zijn uitgevallen, naarmate men zich ’t lezende
S publiekje jonger heeft voorgesteld. Hunne prijzenswaardige bedoelingen ver-
' schoenen en verklaren tevens eenigszins die min gelukkige pennevruchten.
jj Verlokt door de verleidende en verleidelijke gedachte, een heilzamen invloed
{ uit te oefenen, en vertrouwende op hunne vormende kracht, die ook wel voor
, ,,een kind" iets aardigs zou kunnen scheppen, hebben zij den tweeslachtigen
j arbeid van leeraar en dichter aangevangen. Dien amphibie-aard zal men bij
ä eene nauwkeurige beschouwing gemakkelijk kunnen erkennen. De opzettelijke
. ­ä
>
l
al