HomeMijn leesboek voor de volksschool getoetst aan "Een Nederlandsch Belang" van den Heer H. Hemkes KznPagina 10

JPEG (Deze pagina), 956.16 KB

TIFF (Deze pagina), 7.31 MB

PDF (Volledig document), 63.03 MB

ii · ` v
X s
i
genoeg wüsgeer om te weten, dat hij zelf aan alles bestaan en leven geeft, -­
E dat het zijn eigen geest is, die eenen honderdvoudig geschakeerden lichtgloed
over de gansche wereld werpt. De boombladeren fluisteren, het hobbelpaard
i moet zich uitrusten, ’t vuur is koppig en wil niet branden, en van harte r
v wordt de booze tafel geschopt en verwenscht, die ’t hoofdje stiet. Zoo het
jl kind, zoo ook het volk.
i Hoor de taal, die bijna in ieder woord eene persoonsverbeelding aanbiedt. i
i Ieder lichaam handelt, omdat het zelf zoo wil: de boom bloeit, de lamp brandt,
zelfs het woud slaapt. Alles is persoon, of man of vrouw, door Q
,,eine in der Phantasia der menschlichen Sprache entsprun­ .
v gene Ausdehnung des natürlichen Geschlechts auf alle und
jede Gegenstä.nde" (Grimm, Grammatik.).
, Uit deze redeneering zal den Heer Hemkes, zoo ik hoop, duidelijk
Q worden, dat men van de verbeelding van jonge kinderen niet te veel
vergt, wanneer ,,men zelfs kraaien tranen laat storten en laat afvegen",
dat men in het algemeen juist van de verbeelding van ybnge kinderen S
iv niet licht te veel vergt, en dat de kracht der fantasie met het toene­ I
· men in jaren en kennis niet toe-, maar afneemt. Denkend aan de juiste i
opmerking van vele opvoedkundigen, (daar de Heer Hemkes alles, wat ‘ i
van Duitschen oorsprong is, wantrouwt, noem ik slechts Spencer en R
Bain) dat uit de voorliefde des kinds voor een of ander geestelijk _ .
voedsel eene behoefte der natuur spreekt, die wij dienen te bevre-
‘ digen, zoo wij de natuur willen helpen in haar streven naar ont-
ip wikkeling, zal een verstandig onderwijzer uit de aangehaalde feiten de '
j gevolgtrekking maken, dat hij zich innig bij de fantastische voorstel- `
, lingen der jonge kinderen moet aansluiten, niet slechts om op de-- .
j aangenaamste , maar tevens om op de d o e lm a ti g s t e wijze tot *
i hunnen geest te spreken.
,,Gelijk een vangarm strekt de fantasie zich uit, en grijpt rond en stapelt
« ` alles op in de voorraadschuren van het geheugen; alles -­ want rijp en groen
is hare gading. En daar worden voor den geest groote schatten opgehoopt
aan voorstellingen en begrippen, aan neigingen ten goede en ten kwade. Het
ä kind leeft naar lichaam en geest in de eetperiode. Den dichter zij het vlindertje
een beeld der kindsheid - de opvoeder vindt het in eene rups, die al V
vretende zich op het tijdperk van een weinig behoevend hooger leverï voor- A '
bereidt" (Joh. A. L. ald. pag. 597). ,
i Van die leer was ook ik en ben ik nog, en velen, zeer velen met
mij. Wij zullen voortgaan met eten te geven, dat smaakt en nuttig
is; de kraaien zullen symbolen van droefgeestigheid blijven en de
wieg zal blijven spreken tot een kinderlijk hart, al zegt ze ook .
e 4
i
l
t j _ .. s *-. i