HomeDe Koninklijke Nederlandsche MarinePagina 68

JPEG (Deze pagina), 775.88 KB

TIFF (Deze pagina), 6.65 MB

PDF (Volledig document), 54.99 MB

Q.
A es j
daardoor die bezittingen tot hun recht te brengen; maar ook te- ‘
gen kleine mogendheden zijn wij niet in staat ze te verdedigen.
- VVanneer Venezuela zich in Noord­Amerika een paar gepant- ;
serde schepen aanschaft of die van Chili overneemt, als de vrede ·’
van dat rijk met Peru gesloten is, dan staan Wij machteloos _
tegenover dien nabuur van Curaçao, die van verlangen brandt
om het te bezitten, die nu reeds, met zijne nietswaardige
oorlogschoeners, de uit de havens van Curaçao vertrekkende .
mailstoomers heeft getracht aan te houden, en die slechts i
op eene gunstige gelegenheid wacht om zich van dat j
· eiland meester te maken. Dan zal de vlag van Nederland :
op die eilanden, waar zij zoo lang wapperde, moeten gestre­
ken worden, niet met eer, in eenen roemrijken strijd tegen
een overmachtigen vijand, maar tot eeuwige schande voor
* eene natie die meent koloniën te kunnen bezitten, zonder
de noodige middelen te hebben die te verdedigen. Alleen
het bezit eener marine, die eene sterke macht tegen de j
macht van die inogendheid kan overstellen, is in staat
i de eer van Nederland voor die smet te bewaren, en daarom «
N ook is het bezit van eenige krachtige pantserschepen voor ij
W ons onontbeerlijk. i j
Het benadeelen van den vijand ter zee en het
beschermen van eigen handel.
De vloten, waarmede Nederland slag leverde aan zijne
vijanden op alle zeeën der aarde, zijn reeds lang verdwenen ;
de lauweren door zoovele zeehelden behaald , worden door ons ,
in eerbiedige herinnering aan hunne daden bewaard , maar wij l
l kunnen voor ons zelven die lauweren op den oceaan niet meer ’ .
plukken, hunne daden daar niet meer navolgen. De zeemacht j
van Nederland is afgedaald van het meesterschap over de
zee, waarop zij vroeger zoo menigmaal kon bogen, tot de be- Q
scheidene rol van verdedigster van den vaderlandschen ·
grond. Eene schoone taak nog is het, die zij daar te volbrengen il
heeft, maar het hart wordt toch wcemoedig aangedaan bij de
l