HomeDe Koninklijke Nederlandsche MarinePagina 63

JPEG (Deze pagina), 827.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.72 MB

PDF (Volledig document), 54.99 MB

l
N
e
l
l
63
jl de vaart van de verschillende schepen, welke niet opgemerkt
j worden, wanneer een schip alleen is, maar die zich dadelijk `
J openbaren bij het varen in een vloot of eskader. De afstan-
Z den zullen dus meestentijds veel grooter en onregelmatiger
zijn, vooral bij schepen, waarvan de bevelvoerende officieren
niet aan elkander gewoon zijn, en er zullen dikwijls openin-
,_; gen in de vloot ontstaan, waarvan onze schepen ook overdag
E zullen kunnen gebruik maken, om vooral aan den staart van
Ip de vloot hun slag te slaan.
Nadat de landing is gelukt , kunnen onze schepen het den
j vijand zeer bemoeielijken. Kan deze de noodige versterkin-
gen en de benoodigdheden voor zijn landingsleger gemak-
kelijk aanvoeren, wanneer hij meester is van de zee, zoodra
I wij in het bezit zijn van de voorgestelde schepen wordt
j. hij genoodzaakt ieder transport door pantserschepen te doen
j convoyeeren, en zal het inrichten van een geregelden dienst
{Y tusschen zijne havens en het landingsleger veel moeielijker, ja
j onmogelijk worden.
S Onze schepen moeten steeds in de nabijheid van zijne trans-
ji portvloot blijven en alle gelegenheid te baat nemen om die
lj schade toe te brengen. Gevechten met gepantserde schepen
des vijands ontwijkende, mogen zij zich nooit zoover laten
verjagen, dat daardoor hun doel, benadeeling der vijande-
jl lijke transporten, gemist wordt. Door hunne snelheid zijn
= zij in staat om steeds te ontsnappen, maar om steeds weder A-
;j terug te keeren.
j Zijn wij in het bezit van een viertal dezer schepen, dan zal
j eene blokkade onzer havens door eene betrekkelijk geringe
g macht onmogelijk zijn; wij zullen die blokkade kunnen ver-
breken en daardoor niet van alle toevoer van de zeezijde ver-
§ `stoken zijn. Eindelijk zal het bezit van die schepen ons als
H bondgenoot meer begeerd maken, en wij zullen daardoor in l
= staat zijn onze onzijdigheid te doen eerbiedigen. j
j Een staat, die volstrekt geene macht naar buiten kan ont- l
et wikkelen, is als bondgenoot niet begeerd, als vijand niet j
j l
§’