HomeDe Koninklijke Nederlandsche MarinePagina 52

JPEG (Deze pagina), 812.08 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 54.99 MB

52
Door de beschreven verandering zal men krachtige ram-
schepen verkrijgen, die naar mijne overtuiging verre te ver-
kiezen zijn boven de zwak gepantseerde en betrekkelijk licht
gewapende schepen, die men er door de voorgenomene ver- J
andering van torens en verwisseling van geschut van maken
wil. Onder geoefende en stoutmoedige bevelhebbers zullen
zij zich in de onmiddellijke nabijheid van den vijand kunnen j
bewegen, zonder dadelijk gevaar te loopen van in den grond
geboord te worden. Zij zullen, vergezeld van torpedobooten, jp,
die in hen een steunpunt vinden, reeds bij liet begin van den il
aanval den vijand het afbakenen van het vaarwater kunnen j
bemoeielijken, het ankeren voor hem gevaarlijk maken
en daardoor voor hem het gevaar vergrooten, om met
eenige zijner schepen op de omringende banken te geraken,
en zij zullen van iedere gunstige gelegenheid gebruik maken, ll
om op den vijand een whitehead­torpedo af te zenden of aan i
een zijner schepen een ramstoot toe te brengen. ‘ `
Bij de discussiën over de begroeting voor Marine is door `­
een lid van de Tweede Kamer de opmerking gemaakt, dat
onze ramschepen geen vaart genoeg loopen om een vijan­
delijk schip, dat in den regel veel sneller is, te kunnen
rammen, en dat daardoor hun ram als wapen nutteloos
zoude zijn. Die bewering moge volkomen juist zijn, wanneer
het geldt een gevecht van twee schepen in volle zee, want
l daar zal het schip, dat de minste vaart loopt, waarschijnlijk j
geramd worden, maar zij gaat niet op in het geval waarin
onze ramschepen geplaatst zijn: het verdedigen namelijk l
van een betrekkelijk smal vaarwater tegen eene indringende
scheepsmacht. In dit geval zullen de vijandelijken schepen
niet steeds volle kracht kunnen doorstoomen, maar komen l
er oogenblikken, dat zij hunne vaart zullen moeten stoppen
of ten anker komen, en van die oogenblikken kunnen onze
ramschepen gebruik maken om hun ramstoot toe te brengen ‘l
of een vischtorpedo af te zenden. Bovendien geloof ik niet I
aan de waarschijnlijkheid, dat eene vijandelijke vloot met een i
i
l