HomeDe Koninklijke Nederlandsche MarinePagina 48

JPEG (Deze pagina), 822.01 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 54.99 MB

l
48 d
eene geleidelijke verbetering van het materieel der Marine,
‘ werd bij de debatten over de begroeting door een lid van
j de 2dG Kamer aangevoerd, dat de finantieele last daardoor li
over een grooter aantal jaren werd verdeeld; dat bij eene 2,
spoedige verbetering het geheele materieel in reparatie zoude j
i moeten worden opgenomen en daardoor, als er een oorlog
uitbrak, niet disponibel zoude zijn, en dat bij eene geleide- 5
lijke verbetering de nieuwere uitvindingen op het gebied van ·
geschut en pantsering op ons materieel zouden kunnen wor-
den toegepast. Van deze argumenten is, naar ik meen,
alleen het iinantieele argument van kracht; de overige heb-
ben in mijn oog weinig waarde. Al ware het mogelijk, dat
met de veranderingen die in het bestaande materieel noodig
zijn, ineens met al dat materieel werd begonnen en dus
een groot deel van de schepen te gelijk in timmering werd
opgenomen, dan zoude daaraan geen grooter bezwaar ver-
bonden zijn, dan dat de oefeningen met dat materieel zouden ij
gestremd zijn. Brak in dien tijd van overgang een oorlog ‘·
V uit, dan zoude de Minister, die met de portefeuille van j
Marine was belast, van de zeer groote verantwoordelijk-
heid ontheven zijn om met een <mstrgZcZ1:aao·d’ig materieel
A~ den krijg te moeten voeren. Op de verdediging zoude het
L gemis van dat materieel geen invloed uitoefenen, omdat
i daarmede niets te verdedigen is. De werkkrachten onzer j
werven laten evenwel een zoodanige plotselinge verandering .
V r niet toe, en met die verandering zullen daarom altijd wel
j eenige jaren heengaan. Moet met die verandering lang-
Y zaam worden voortgegaan, om gebruik te kunnen maken
van verbeteringen, die op geschut en pantsering elders steeds
‘ worden aangebracht, dan vrees ik dat wij nooit gereed
zullen komen. Men moet niet vergeten dat, sedert ons Y
gepantserd materieel werd aangeschaft, de overige mo- `[
gendheden hunne vloot reeds bijna geheel hebben ver-
nieuwd, zoodat wij nu zeer achterlijk zijn.
Bij de verandering van het bestaande materieel moet
J
. al