HomeDe Koninklijke Nederlandsche MarinePagina 16

JPEG (Deze pagina), 788.31 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 54.99 MB

16 i
den naam van Vlieter, buigt zich in zuidelijke en zuid-zuid-
H oostelüke richting langs de banken, die W/vieringen oinzoomen,
en loopt door de Gammels uit op de vlakte, waarop ook de
Middelgronden uitloopen. De diepte , die in den Tesselstroom H
nog steeds 100 à 200 dM. bedraagt, vermindert in de Vlieter
gaandeweg tot op de algemeene diepte op gemelde vlakte, ll
van 35 tot 50 dM.
Het zuidelükste vaarwater of Balg, buigt zich vande Koop- E
oaardersreede om het Balgzand : eene uitstekende bank van
den Zuidwal; en loopt daarna in zuidelüke richting, onder den
naam van Amsteldiep, naar de quarantaine-plaats op T/Vierin-
gen, en de Ewrjksluis. Dit vaarwater is smal, maar heeft op de i
H ondiepste plaatsen 60 dM. diepte, bij laag water. Het loopt
voorbij lVieringen in diepten van 17 dM. te niet. Benoorden
VVieringen heeft het door de l/Vierbalg en het Zwin gemeen-
schap met de Vlieter, met 30 dM. minste diepte.
3°. De Zuiderzee. Van de vlakte, waarop de Middel-
gronden en de Vlieler uitloopen, komt men tusschen Stavoren V
` en Enkhuizen door, in de Zuiderzee. Hier moeten geme-
i den worden het Vrouioenzand en de Kreäl, bij de Friesche
kust , de Hofstede , nagenoeg midden­vaarwaters , en de
Kreupel en het Enkhuizer zand, bij de Hollandsche kust.
Bewesten Urk komt men door het Val van Urk, en beoosten
dat eiland door de Nagel, in de eigenlijke kom der Zuiderzee. j
De diepten variëeren hier van 35 tot 43 dM., en worden op j
het Pampus, voor het IJ, 27 tot 29 dM., bij den vuurtoren van ii
het IJ weder aandiepende tot 39 a 42 dM., verder op tot voor de Q
Oranjesluizen nog dieper. Schepen van 30 dM. diepgang ._
kunnen de Hollandsche kust bij Hoorn en Edam tot op een
afstand van 3000 à 4000 M. naderen. De grond is overal zeer
zachte klei, het verval van water 3 dM.
A 4d° Het Noordzeekanaal. i
’ De Hoofden van dit gegraven kanaal. steken 1500 M. van
; den voet van het duin in zee uit tot in de diepwaterlijn van
· p 80 dM. Zij vormen eene buitenhaven, die, langs het droog-
_ I
i 1
K