HomeDrogredenen en wenschen omtrent grondwetsherziening, ontleed en ontvouwdPagina 17

JPEG (Deze pagina), 718.30 KB

TIFF (Deze pagina), 5.47 MB

PDF (Volledig document), 11.61 MB

_ - j ~¤ ’ · x 1 T T ` a '
r I; I · `
li
·
’t zelfde artikel, waarin den Nederlanders verboden wordt, vreem-
_ den. adeldom aan te nemen, kan gevoegelijk naar ’t eerste hoofd-
stuk verplaatst worden, waarin over ’t Nederlandenschap en
züne rechten gehandeld wordt.
Artikel 64 geldt een aanverwant onderwerp, de welbekende
kruisjens en lintjens, waarmeê sommigen helaas! zich zoo gaarne
getooid zien. "Ridderorden", zoo zegt het, "worden door eene
wet, op het voorstel des Konings, ingesteld". Ook deze zinsne-
den dienen hoe eer hoe beter geschrapt te worden. De nog
onder_ ons ronddolende ridders van allerlei orden kan men laten
V . uitsterven; men voorkome echter zorgvuldig allen verde1·en aan- _
J`? ` kweek. Er zün er, die die lintjensliefhebberü voor een onschul-
-_ dig vermaak houden. Iemand schreef mij eens, dat hij ’t uit
" geen ander oogpunt, dan ’t spel van zijn dochtertjen met haar
pop, beschouwde. Ik vraagde hem echter, wat hü er wel van
zeggen zou, wanneer dat dochtertjen niet op haar achtste of "
tiende, maar haar twintigste of dertigste jaar, zich aan dat
poppespel wijdde? ’t Is inderdaad een spel voor kleine meis-
"‘ jens, en dat dus geheel in de kinderkamer, maa1· niet in de
wereld der volwassenen, noch op nederlandsch staatsgebied,
past. Daar werkt het niets dan ijdeltuiterü en andere verder- _
· felijke karakterfeilen in de hand, die men bovenal door dé
If staatsvvet niet lllàg stüven. Geen vrij en waardig staatsbestuur
. ' mag op de zwakheden, de verkeerde neigingen en driften de1·
burgers azen, en ze bevorderen. Slechts zulke hartstochten,
_ die, met verstand geleid, tot grootsche en edele daden_drü­ .
ven, als bijv. liefde voor ’t algemeene best, voor vaderland en
menschheid, verdienen züu aanmoediging eu belangstelling.
1 Van der jeugd af daarom, bij ’t Staatshoofd vooral niet minder
. dan bij zijn medeburgers, de gulden stelregel van den wakke­ g
` ren haagschen dichter in hart en zin geprent: