HomeSint Nikolaas of Kerstmis?Pagina 14

JPEG (Deze pagina), 915.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.55 MB

PDF (Volledig document), 16.27 MB

12 sim? Niiromns or Knnsrmis?
tegenstelling, maar twee zijden van hetzelfde geheel,het ware is W
, schoon, en het schoone is waar. Wie ze vaneen scheidt, zondigt
D tegen beide. Daarom moge het Sint Nikolaasfeest bestaan en j
voortleven, want met den dichter zeg ook ik:
() Bisschop! schoon ’k niet licht een Heilige vertrouw, l
zijt een heilige, dien ’k haast aanbidden zou;
s ‘ Een daad van minzaamheid, van weldoen was uw leven,
Uw liefde heeft uw naam de onsterflijkheid gegeven:
_ Och dwazen, die een naam, een grooten naam begeert,
K Kent gij er één, zoo rein, zoo schoon, zoo stil vereerd,
­ Die dus eeuw in eeuw uit, met hartlijkheid bejegend,
In ’t hart der kindren leeft, door kindren wordt gezegend? ,
[ Zeker, het is in ’t belang der jeugd, in ’t belang der mensch-
# heid, om de groote mannen uit het verleden te eeren, want
door hun voorbeeld kunnen wij opgewekt worden tot edel en l
` krachtig handelen. De Roomsche Kerk heeft met haar heiligen
kalender velen doen voortleven in de dankbare herinnering der
, nageslachten en al willen wij onze groote mannen niet omgeven 1
i te met een stralenkrans van heiligheid, alsof zij niet tot de mensch- l
heid behoorden, wij willen hun de eere geven, die hun toekomt.
g i Maar wij wenschen herziening van dien kalender, want zeer
j Q velen worden der jeugd voorgesteld als groot, niet om hun i
daden van karakter en zieleadel, maar om hun macht en aan-
, zien. Immers voor de denkende menschheid moet niet het _
in oorlogsveld, maar het arbeidsveld het terrein zijn, waar wij l
onze helden zoeken, opdat allen leeren inzien, dat niet het werk j
der verwoesting, _maar dat des vredes en der nijverheid recht l
geeft op onze bewondering. De mannen, die optraden voor de -
_,; rechten en vrijheden van allen, die als mensch geadeld zijn, _
` mogen erkend en geprezen worden als weldoeners van ons ge- *
. slacht. Zoekt ze niet onder de rijken en machtigen, hun namen j
prijken niet op de lijsten der hoogst aangeslagenen, maar in ,
het nederig kleed van den stillen staatsburger, die met toe- l,
wijding en misschien met gevaar voor zichzelf steeds durft op .
te komen voor het goed recht der onderdrukten en mishandelden. 5
Laat noch het goud noch den tabbaard ons verleiden, om daarin
r ‘
j l i