HomeThorbecke of KappeijnePagina 9

JPEG (Deze pagina), 950.81 KB

TIFF (Deze pagina), 7.18 MB

PDF (Volledig document), 22.62 MB

l .
( .
{ j ï
,*‘ 7
over den volksgeest, ze zoeken het heilmiddel in kieswetherzie­
ning en dergelijke palliatieven , maar ze vergeten in te keeren tot
zicl1 zelve en zich te plaatsen voor den spiegel van het onbevooroor­
deeld zelfonderzoek. Daarom zijn ze dan ook niet te overtuigen
dat de reden hunner onmacht alleen te zoeken is in hun eigen be-
` ginsel. De liberale partij heeft het hoogtepunt van haren bloei
1. bereikt en is op het punt van ten onder te gaan. De negatie van het ~
_ patriarchale beginsel is geen maatstaf of program waarnaar men
het ingewikkeld samenstel der moderne samenleving kan leiden.
1 Wellïe leuzen men ook voor de partij moge bedenken, de
partij van de rede of wel de partp van het gezond verstand,
het gronddenkbeeld, de eerste vorm waarin de knop zich heeft
. ontwikkeld, is het verzet tegen de koninklijke macht, de hand-
_ having der volksvrijheid. Daar was reden van bestaan voor zulk
eene richting in de eerste helft van deze eeuw. Het absolute
koningschap, in 1789 veroordeeld, was daarom nog niet ver-
dwenen of vernietigd. Van 1815--1848 waarden de schimmen der
vroegere heerschers nog rond, en wisten overal het oude ont-
zag weder in te boezemen. Het onweder van ’48 zuiverde de
lucht, de zelfstandigheid van het volk werd uitgesproken.
Als een die zooeven mondig is geworden bewoog men zich op
staatsgebied. Het volk was zich eigen macht nog niet bewust,
' maar besefte ook nog niet eigen verantwoordelijkheid.
De zelfstandigheid der natie werd geloochend; men sprak
slechts van de zelfstandigheid van het individu. Op ouderwet-
7 _ sche wijze werd weder gedweept met souvereiniteit in eigen
kring; de kerk zou vrij zijn, de gemeente zou vrij zijn, de
‘ ‘ provincie zou vrij zijn, het waterschap zou vrij zijn, en vroeg A I
l men naar hetgeen men zich voorstelde als het ideaal der maat-
schappij, het was, dat ieder vrn zou zijn. Men had de almacht
van het persoonlijk gouvernement in beginsel en metterdaad
afgekeurd, men zag niet in dat zelfbestuur en zelfbeheer daarop
moest volgen. Was de natie werkelük tot zelfbewustzijn, tot
Y mondigheid gekomen, dan had zij geweten dat niets zoozeer
E bindt dan zelfbeheerschiwg, dan had onmogelijk kunnen
komen tot het wanbegrip van een geordend staatsverband waarin
ieder der leden vrij zou zijn, in den absoluten, laat ik liever
zeggen in de11 nomadischen zin van het woord. Vrij is de
W1!
li