HomeThorbecke of KappeijnePagina 7

JPEG (Deze pagina), 918.94 KB

TIFF (Deze pagina), 7.17 MB

PDF (Volledig document), 22.62 MB

ii
t 5
groote Staten aan de heerschappg van het constitutionele stel-
,_ sel bevorderlijk zal zijn, is tot hiertoe meer dan twijfelachtig.
Zij keert, voor de zamenleving der volkeren, den regel om,
die voor inwendige Staatsinrigting en beleid wat men decen-
tralisatie noemt, initiatief, autonomie, eigen beweging van de
, deelen, op hooger en lager trap, overeenkomstig hunne on-
derscheiden bestemming, als beginsel van vooruitgang vordert.
Geroepen om relatief krachtiger en grooter, dan de groote
_ Staat, te zgn, waren kleine Staten der oude en nieuwe wereld
voorgangers in burgerlijke vrijheid, ngverheid, verkeer en
verlichting. In onzen tgd zgn en waren zg de bouwmeesters
en bewaarders van de constitutionele orde. In de groote Rijken
‘ van het vaste land zal, vooreerst althans , monarchische en
militaire magt een te breede plaats innemen, dan dat wezen-
J lgke zelfregeling de hare kunne vinden. Reden te meer om,
wat ons betreft, de volle werking van een stelsel te verzeke-
ren, dat niet alleen individuële vrijheid, maar de formatie van
een krachtig geheel ten doel heeft; krachtig niet enkel noch
voornamelgk door overheidsgezag, maar door organieke ver-
binding van zgne, ieder in zijn kring zelfstandige leden, en
door den opregten wil der burgerij om dat geheel te dienen en
tot het algemeene welzgn bg te dragen.“
Ziedaar eenige voorname punten uit hetgeen onze minister
- _ Thorbecke in 1869 zgn geloofsbelijdenis heeft genoemd en die
te vinden zgn in zgn Narede op de Parlementaire redevoerin­
gen. Ziedaar tevens het programma der liberale partij.
i Een dweepen niet de Constitutioneele monarchie, een
beperken van de staatsmacht tot het gebied van het recht, een
afschrik voor de volkssouvereiniteit, een onbegrensde eerbied voor
het gezag der kleinere staatskringen en het onaantastbaar recht
van het individu, ziedaar de hoofdtrekken van dit stelsel.
Beschouwen we deze denkbeelden in het licht van onzen
£· dan worden we onwillekeurig herinnerd aan een opstel ‘
in de Gids van de hand van Dr. A. Pierson. Als het klokge-
brom dat ons uit de hoogte niet metalen stem verkondigt, dat
weder een der onzen grafwaarts wordt gedragen,klonken des-
tgds uit dat tgdschrift die vloeiende, regelmatige volzinnen ons
(
[li
M
ll
l
d , · V _` Y __ r__ __ _ _ __;‘· YVJ