HomeThorbecke of KappeijnePagina 23

JPEG (Deze pagina), 904.51 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 22.62 MB

21.
_ r kunnen maken op de erkenning zijner nationale onafhankelijk-
, heid, deze zelf moet weten te verdedigen, zijne eer moet
. kunnen handhaven en züne grenzen beschermen. Waniieer wij
een hervormingsgezind Minister van Oorlog aan de groene
tafel zullen zien, moet het een man wezen die ons leger zoo
inrigt, dat wij hem de dienstplichtigheid durven toestaan;
omdat hij die in dat leger de wapenen draagt, er tucht leert
en in zich voelt opwekken het vertrouwen dat dengene bezielt,
die weet te zijn een intelligent onderdeel van een groot geheel
tot eene enkele krachtsoefening zaamgesnoerd. WVanneer het
leger eene dergelijke organisatie gekregen heeft dat het wer- j
kelijk voor ieder eene eer en eene weldaad zal wezen om
daarbij de wapenen te leeren dragen, valt de invoering van
,_`t i den algemeenen dienstplicht ligt. Maar vóór dat op die wijze
lg, een nationaal leger geschapen is, is naar mijne overtuiging
aan geene goede inrichting van onze defensie te denken. En
l H wanneer dan op die wüze zooveel van den Staat wordt gevor-
derd, ontstaat natuurlijk de vraag: waar zullen de middelen
om dat alles te bekostigen worden gevonden? Hierdoor krijgt _
de eisch wederom nieuwe kracht dat, zal er hervormend te
werk worden gegaan, in de eerste plaats de hand zal geslagen
moeten worden aan verbetering van het bestaande zamenstel
van belastingen. Hondt men weder aan het individueel beginsel
·· vast, ik zie dan geen uitkomst- Men zal dan altijd zoeken
,__i naar het stelsel waarvan men gelooft dat het beantwoordt aan
het ideaal: laat ieder dragen naar zijn vermogen. Maar dat
ideaal is onbereikbaar. Houdt men daarentegen vast aan het
publiekregtelijk beginsel, dan schijnt mij de zaak vrij eenvou-
dig. De Staat bestemt jaarlijks een deel van de nationale
I productie tot publieke uitgaven. moet dus zgn belasting-
stetsel zoo inrigten dat het het minst nadeel aan de productie
toebrengt, e11 hij moet als de bronnen van zijne belastingen
aannemen wat zijn de bronnen van de productie. Deze bronnen
zijn bekend, de vruchten van belegd kapitaal, de ondernemings-
winst en de loonen. De loonen kan men alleen treffen door
accijnsen en daarom zijn de accijnsen gevaarlijk. Niet alleen
moeten zij slechts gelegd worden op enkele voorwerpen; maar
ook het cijfer hetwelk zij opbrengen mag niet uit het oog